[II] REFREYN
- PEnolopes eere in saysone eewelick duerende vs. 1
- wiens herte was in reynder liefden besprayt, vs. 2
- twas sonder vilonie, ionst int herte vuerende vs. 3
- daer de amoreuse hope mede wert gepayt.
- 5
- maer die nv als lief der vruechden saet sayt
- treuren en druc moet hem dicwil present sijn,
- [f. 7 v°] want die werelt is nv verkeert, verdrayt.
- al waert dat deen lief dander mocht omtrent zijn,
- schuylende vilonie, tsou haest gheent sijn; vs. 9
- 10
- exempel heeft an Thamar ghebleken. vs. 10
- dus wij die in een amoreusheyt ghewent sijn, vs. 11
- laet ons doude ionste die niet en heeft besweken
- int herte preken van weken tot weken, vs. 13
- alse tot noch toe in ons heeft ghebleuen.
- 15
- is seg v, an mi en salt niet ghebreken,
- wien dat spijt, ic en sal v niet begheuen.
-
- Volmaect in trouwen is wel te prijsene
- ia voor die gheene die eere begheert,
- want met trooste beghint hi hem te spijsene
- 20
- dat hi met trooste sijn herte vercleert. vs. 20
- mer een vileyn die tfenijn heeft inden steert
- pijnt reyne amoreuse te beschamene.
- en twijfelt niet dat v liefde wert verteert vs. 23
- in mijnder herten, dus pijnt vruecht te ramene,
- 25
- weest mi ghetrou sonder te misfamene, vs. 25
- ic blijf v eygen al sout mi verseeren
- en al souden mi die nijders pijnen te blamene
|
vs. 1 in saysone: steeds krachtig, onverzwakt; vgl. CXIX, 17 en S. CCI, 52.
vs. 2 besprayt: eig. besproeid, besprenkeld; S. CCII, 20; CCIV, 45.
vs. 3 twas: hoort wsch. bij eere uit vs. 1; de t is dan overbodig.
vs. 9 Aan het begin is wellicht bi weggevallen en moet men sout lezen i. pl. v. tsou; de zin is dan: door zich schuil hounende, vermomde boosaardigheid zou het spoedig afgeloopen zijn.
vs. 11 in een amoreush. ghewent: (sinds lang) in liefde verbonden.
vs. 20 dat hi met trooste: lees wellicht: die met trouwen.
vs. 23 twijfelt: denk - wert verteert: vergaat.
vs. 25 misfamene: (u) in opspraak te brengen (door ontrouw nl.)? Niet in Mnl. Wdb.
|
[p. 12]
-
- mijn hert sal altijt dijn lof vermeren.
- [f. 8 r°] dus wil ic mi keren tuwer eeren,
- 30
- secretelic dragende v liefde sonder sneuen,
- al wordic gecleet met droefheyts cleeren.
- wien dat spijt, ic en sal v niet begheuen.
-
- wilt nv verblijen, laet druc versleghen sijn, vs. 33
- stelt trueren besiden, leeft voort in vreden,
- 35
- uwen druc can biden mijnen niet geweghen sijn. vs. 35
- al wert zomtijts met droefheyt v hert doorsneden,
- denct meerder druc mi die clapperts deden vs. 37
- mi brengende aldus in swerelts blamacien.
- dus mijn troost, mijn herteken vol seden
- 40
- sijt ghetroost, die voorleden ionsten vol gracien
- en worden van mi vergeten tot gheender spacien, vs. 41
- mer ic draechse secretelic in mijn herte verborgen.
- en acht ooc niet des clapparts regnacien, vs. 43
- wilt vruecht hanteren, laet varen sorghen
- 45
- en totter doot sal ic v aencleuen
- al souden die nijders tongen verworgen,
- wien dat spijt, ic en sal v niet begheuen.
-
-
- Prince
- Met liefden sidi in mijn herte begracijt
- als lief die liefs liefde is ghedachtich.
- 50
- v ionste reael is in mi ghespacijt. vs. 50
- ghelijc als Thisbe haer lief was achtich
- also is ooc ons liefde ontsteken machtich.
- [f. 8 v°] eer ghepeys der herten valt clachtich, vs. 53
- toocht nv v liefde, bewaert v secreten,
- 55
- andoet ghetrouwicheyt, sijt niet verbeten vs. 55
- al moeti duer dabsencie somtijts ontpast sijn, vs. 56
- v liefde tot miwaerts blijft onghemeten,
- altijt suldi mijnder herten pilaer en mast sijn.
- al soudicker noch om moeten in last sijn,
|
vs. 33 druc: verdriet; vooral gebezigd voor: minnesmart.
vs. 35 can niet geweghen sijn: weegt niet op tegen.
vs. 37 clapperts: hetzelfde als nijders: afgunstigen, kwaadsprekers.
vs. 41 spacien: geliefkoosde rederijkersterm voor: tijd, gelegenheid.
vs. 43 regnacien: handelingen, daden (Mnl. Wdb. VI, 1207).
vs. 50 ghespacijt: gevestigd. Niet in Mnl. Wdb.
vs. 53 voor dat mijn hart door droevige gedachten gekweld wordt.
vs. 55 verbeten: boos, bitter gestemd.
vs. 56 ontpast: teleurgesteld, bedroefd.
|