[XVIII] REFREYN
- AL sie ic liefkens oogen te miwaerts blincken
- die therte wincken in een eewich gedincken
- van trooste, tdunct mi een eewige pijne.
- al hoordic alle nachtegalen en vincken
- 5
- haer keelken clincken, die droefheyt mincken vs. 5
- in vruechden, mi teender medecine;
- al sie ic damoreuse suete robijne
- als rancken van wijne, om blijde tsijne
- met Venus kinderkens danssen en springen,
- 10
- nochtans dolick in Venus woestijne.
- tmisual is mijne, want in verdwijne vs. 11/12
- sal mi tderuen mijns liefs ten lesten bringhen.
- natuere en willes niet ghehingen
- want tvirich verlingen wil mi bedwingen vs. 14
|
vs. 5 mincken: veranderen.
vs. 11/12 in verdwijne ... bringhen: doen verkwijnen, ondergaan.
|
[p. 47]
-
- *
- 15
- altijt met amoreusen dinghen
- in absencie van deser bloemen reene vs. 16/17
- [f. 34 r°] in absencie deser bloemen reene,
- dus houdic tversuchten van haer te leene.
-
- Dan claech ic tghebruycken der natueren vs. 19
- 20
- vander liefster figueren schoon van statueren,
- dies mi vruecht ghemengt is met regale. vs. 21
- haer minlic omhelsen tallen hueren,
- haer vierich berueren doet mi besueren vs. 23/24
- tsmertelic grijf van Venus strale;
- 25
- haer rode mondeken ghelijc den corale,
- haer suete tale doet altemale
- mijn droefheyt verkeeren in vruecht terstont.
- al maect mi die cuyssche smale
- in Venus sale van alder quale
- 30
- bi confortacien therte ghesont
- met haren roden mont, therte blijft duerwont
- als die gheene die haer mijn vrientscap iont. vs. 31/32
- belast van minnen bliuic in weene,
- dus houdic tversuchten van haer te leene.
-
- 35
- Mocht liefde gestadich sijn sonder ynde,
- al dat oyt minde oft redene kinde
- [f. 34 v°] soude hanteren alle melodie vs. 37
- ende ialoursheyt vervloghen ware metten winde
- daer ic in vinde druck en allinde,
- 40
- cranck betrouwen, schimp en hatie, vs. 40
- want die vermaledide ialousie
- die valt partije en coemt ten strije vs. 42
- teghen tbetrouwen mijns liefs ter noot, vs. 43
- als tgebruyc mijns liefs moet staen op dsije,
- 45
- tot besproken tije, hoe soudic sijn blije. vs. 45
|
* 17. Deze regel ontbr. bij HA. 42. partije (HA.), v. D.: patije. 45. besproken, HA.: liefs spraken.
vs. 16/17 Door den overgang op een nieuwe blz. is hetzelfde vers tweemaal gedrukt.
vs. 19 claech ic: klaag ik om -.
vs. 21 regale: eig. rattenkruit.
vs. 23/24 De zin is: haar vurige omhelzingen (die ik nu missen moet) maken dat mijn liefde des te smartelijker is. - Tusschen
vs. 37 melodie: vreugde, geluk.
vs. 42 valt partije: is vijandig, vijandelijk gezind.
vs. 43 ter noot: in den nood (ziet op het volgende).
vs. 45 besproken: bepaalde, afgesproken. - Na blije moet een vraagteeken staan: hoe zou ik dan blij kunnen zijn?
|
[p. 48]
-
- *
- dat hakende deruen is mi een doot,
- mijn vruecht versmelt int vier als loot,
- mijn aenschijn wert rood van liefden groot,
- diet auentuerlick slodt ontsloot
- 50
- mach mi verhueghen en anders gheene,
- dus houdick tversuchten van haer te leene.
-
- Princesse van minnen, dyn amoreusheyt
- is een ioieusheyt
- daert therte in vaten mach precieusheyt
- 55
- sonder Ialoursheyt groot oft cleene.
- ghi verdrijft met uwer gracieusheyt
- alle melodieusheyt. vs. 57/58
- melancoleusheyt maecti gheene
- dus houdic tversuchten van haer te leene.
|
* 54. ontbr. bij HA.: 57/58. melodieush. en Melancoleush. bij HA. verwisseld; gheene: certeyne.
vs. 57/58 HA. geeft een betere lezing, maar met onzuiver rijm, dus ook wel niet de oorspronkelijke.
|
|
|