[f. 35 r°] [XIX] REFREYN
- VAlsche Fortune tfy, die my heeft getoghen
- tot reynder liefden, tmoet mi mishaghen,
- want noyt lief en was noyt van liefden soe bedroghen
- als ic diet al moet verdraghen.
- 5
- mi deert dat mijn oogen haer oyt aensagen
- en dat ic mi duer haer ionstighe daet
- heb mi laten van haerder liefden duerknagen, vs. 7
- ghelijc een scaepken dat die wolf verslaet.
- och hoe mach si gheuinden in haren raet
- 10
- dat si als die weerhaen met allen winden
- haer herte gekeert heeft, noyt arger quaet;
- mer want icse nv met dobbelen gronde vinde vs. 12
- so mach ic wel segghen nacht ende dach:
- adieu die alderliefste die ic te minnen plach.
|
vs. 12 mer want: aangezien; vgl. vs. 40 met dobbelen gronde: dubbelhartig; vgl. S. CCVII, 11; ABN. I, a, 9, en vele andere dergelijke uitdrukkingen: dubbelen aert (S. CCXXXII, 29); dubbel dierken (S. LXXXVI, 6); -velleken (S. LXXVII, 29); -wijf (CCXV, 35).
|
[p. 49]
-
- 15
- Al had si die siele wt mijnen lichame vs. 15 en 16
- en duyterste begheerte van mijnen bloede
- en al dat wesen mach in mijnen name
- [f. 35 v°] mi toebehorende van eertschen goede,
- so soudict hebben tot haren voorspoede
- 20
- ionstelic geschoncken met vieriger trouwen
- om dat icse so reael sach van moede vs. 21
- int schijn der liefden, na haers woorts ontfouwen,
- die als een riet seer wanckelbaer schijnen. vs. 23
- dus moet mi die tijt en huere berouwen
- 25
- dat icse oyt sach met vruechden verkeert in pijnen. vs. 25
- ic segt als nv en tot allen termijnen,
- nv doende mits desen als vore ghewach:
- adieu dalderliefste die ic te minnen plach.
-
- Al heeftse getrouwicheyt aen mi gewonnen,
- 30
- al heeftse mi cathoen wten ooren gesponnen vs. 30
- mits liefde die in mijn herte was gheseten,
- daer en leyt niet aen, ic moetse wel vergeten;
- mer het deert mijnder herten bouen natuere.
- duer mi so moet haer sijn verweten
- 35
- die grote ontrouwicheyt mijn leuen duere,
- och daer si so ghetrou scheen van labuere
- int stroyen der woordekens vol minnen gesayt
- tot miwaert als een die alderliefste figuere
- daer mijn herteken somtijts bi was ghepayt;
- 40
- [f. 36 r°] mer want si alst rat van fortunen drayt,
- contrarie haers wesens, ic wel seggen mach:
- adieu die alderliefste die ic te minnen plach.
-
-
- Prince
- Die princesse die ic onghetrouwich scriue,
- het scheen bouen alle princessen eene
- 45
- amoreuser te sijn van haren bedriue
- en ghetrouwigher tot miwaert alleene
- dan alle deedelste princessen ghemeene
|
vs. 15 en 16 zijn wsch. ietwat corrupt; voor had leze men wellicht bad, voor en: in of met
vs. 21 reael ... van moede: betrouwbaar, rechtschapen; vgl. Hand. d. Amour. G 4 r°: reael van herten.
vs. 25 vruechden verkeert: vreugde die veranderd is.
vs. 30 cathoen wten ooren gesponnen: voor den gek gehouden (Ndl. Wdb. VII, 1838).
|
[p. 50]
-
- die oyt tot haren prince ghestadich
- liefde droeghen met ionsten reene.
- 50
- want icse nv vinde so onghenadich
- als een die de quale mijnder herten
- met wanckelbaerheyt wil maken beladich,
- so seg ic nv adieu met droevige smerten,
- dus wacht v voor al sulcke perten, vs. 54
- 55
- so en durfdi niet seggen dit swaer geclach:
- adieu die alderliefste die ic te minnen plach.
[twee fleurons]
|
|
|
|