[XXIV] REFREYN [XXIV]
|
[XXIV] In de opsommingen van boosaardige dieren en vergiften vertoont dit refrein veel overeenkomst met S. CLXVII. Ook met ABN. LXIII heeft het veel gemeen.
vs. 4 sonder vieren: zonder dralen.
vs. 5 ongoedich: boosaardig.
vs. 6 lindtwoormen: soort van draken.
vs. 7 eggelen: bloedzuigers.
vs. 8 volduerich: tot het eind toe werkzaam.
vs. 9 sidi ... stuerich: staat gij tegen; stuerich is wsch. op te vatten als afl. van stuer.
vs. 10 natuerich: zijn aard behoudend, zuiver.
vs. 13 Napels fenijn: Napelsch vergif? (mogelijk arsenicum, althans in het Italiaansch werd dit wel acquetta di Napoli genoemd (Encicl. Ital. XXXV, 24a)), of misschien: vergif bereid uit Aconitum Napellus, Monnikskap (vgl. Dodonaeus789 a: ‘Dese Gemeyse Blaeuwe Wolfswortel oft Napellus is van aert ende cracht de menschen ... schadelick, iae dootelijck’).
manslachtig: doodelijk; vgl. S. CCXXXIX, 20; CCLVI, 65. vs. 16 sijt mi versmachtig: doe mij versmachten, omkomen.
|
|
* 22. holebrum, HA.: Halebrum.
27. dblintsel, HA.: dwinsel. 32. crijcht: HA.: kreech ic. 44. horea, HA.: Hero. 45. verdroncken, HA.: verdrincken. vs. 19 beraden: een besluit nemen.
vs. 21 argentum sublimaticum: Kwikzilver of een verbinding daarvan.
vs. 22 holebrum: wellicht een verbastering van helleborus (-m)? VolgensDodon. maakte men uit het sap ‘een dootelijck vergift’.
vs. 25-35 Het rijmschema is hier en daar in de war; er ontbreken eenige (stukken van) verzen: de strophe heeft een regel te weinig.
vs. 27 dblintsel: de verblinding (der smart?).
vs. 28 minsel(van minnen), beminde.
vs. 30 ynsel: einde.
vs. 31 schoone siborie: vgl. IX, 34.
vs. 32 Als schoonheyt subject is, is de zin: door of in u viert de schoonheid alleen (al) een (of haar) triomf. Waarschijnlijker is dat aan het begin die is weggevallen, of dat men moet lezen crijchdiin pl. v. crijcht.
vs. 33 doet af mortorie: wsch. corrupt.
vs. 39 miseren: medelijden hebben; blijkbaar spontaan gevormd.
vs. 40 doorrede: doorstak.
vs. 41 mits: met, door.
|
|
vs. 48 Adriana: lees wsch. Ariadne, die zich wel niet verdronk, maar toch een bekende verlaten minnares was.
vs. 50 Sigismonda: dochter van koning Tancred van Salerno; bij Boccaccio Dec. IV, 1, vindt men het verhaal van haar ongelukkige liefde voor Guiscard, dat althans in het Duitsch, ook afzonderlijk als volksverhaal gedrukt is (Goedeke1 I, 378).
vs. 50. troncken: wsch. corrupt; lees wellicht concken, diepten, kolken (zie Ndl. Wdb. i. v.). vs. 54 verstijuet: verstijfd (door smart).
vs. 55 gherijuet: wsch. van grieven, kwetsen (gerieven past hier niet).
vs. 57 sonder salen: wsch. corrupt; lees dralen?
vs. 66 dreeft: bedreef het. De zin van dit vers is niet duidelijk.
|