[XXXII] REFREYN
- BOuen Pluto reken ic mi amoreus,
- doordroncken in liefden memoreus
- die dede vergaen als sneeuw metter sonnen
- Meduse bi liefden groot virtueus, vs. 1-4
- 5
- altoos clachtich bi Ialousie fenimeus
- mijns liefs, daer ic mi bi lijde verwonnen.
- hoe soudic mi seluen connen gheionnen
- vruecht oft solaes mijns leuens spacie,
- want die therte met liefden heeft doorronnen
- 10
- en acht niet vele op mijn lamentacie.
- ic mercke die fallacie der vrouwen nacie,
- wanckelbaer sijnde als wint die draecht. vs. 12
- ialousie lijf en siele duerknaecht.
-
- Beuinge van herten, schietinge van plagen
- 15
- is Ialousie wreet int behaghen,
- valsch met eenen moordadighen schijne,
- ghemistic mijn lief, tsi nachten oft daghen,
- die Ialousie wilt mi so duerknaghen
- [f. 56 r°] oft si met anderen drinct fleur van wijnen.
- 20
- tghetuych is mijne want biden fenijne vs. 20
- is menich bloysel vergaen eer tijt;
- denct in v seluen, mijn medecijne,
- wat therte van binnen wt liefden lijt.
- tis mi een spijt wanneer ghi v iolijt
- 25
- toocht eenen anderen die v behaecht
- ialousie lijf en siele duerknaecht.
|
vs. 1-4 Pluto ... Meduse: de mythologie gewaagt alleen van de liefde van Poseidon voor Medusa (Roscher's Lex. I, 2, 1696).
vs. 12 draecht: dragen komt wel voor in den zin van vliegen, zweven (Mnl. Wdb. II, 384).
vs. 20 tghetuych is mijne: dat kan ik verzekeren.
|
[p. 76]
-
- *
- Die vensterkens dijns lichaems thoonen ionste,
- recht oft elck vensterken spreken conste
- in mijnder presencie goederhande.
- 30
- al viel mijn bede eerstwerf opt ronste vs. 30
- en achte doch niet so licht van donste vs. 31
- want tis mi grief en grote schande.
- bi sulcken brande was van verstande
- Aristotiles berooft, ghetoomt, bereden;
- 35
- Vergilius hinck duer haer in die mande;
- destruccien van landen, plaghen van steden
- in tijden voorleden met wanckelen seden
- sijn bi ialoursse vrouwen int net gheiaecht,
- ialousie lijf en siele duerknaecht.
-
- 40
- Princesse, wilt v doch weerdiger houwen
- dan Breseda, Dalida oft sulcke vrouwen
- [f. 56 v°] die als die weerhaen sijn omgedrayt;
- die sulcke en sijn doch niet om betrouwen,
- denct arbeyts loon wert noch vergouwen,
- 45
- laet liefde groyen daermen ionste sayt.
- in minnen doorlayt ben ic ontpayt, vs. 46
- int net gheuaen, onrustich int leuen
- die mi met ialousien besprayt
- duer tgesichte dijnre ooghen wtgegheuen
- 50
- laet sijn verdreuen ende ooc ontbleuen
- sulc werck, so en wert van mi niet ghewaecht
- dat Ialousie mi siel en lijf doorknaecht.
|
* 31. achte, HA.: achtse; donste: vonste. 40. wilt, HA.: wilt u. 47. onrustich, HA.: onlustich.
vs. 30 opt ronste: al te openhartig, te direct.
vs. 31 achte: lees wellicht achtmi. - donste: dons, i.c. kinhaar; licht van donste dus op te vatten als: groen.
vs. 46 ontpayt: bedroefd, mismoedig; vgl. ABN. VIII, e, 14.
|