[XXXVI] REFREYN
- LVstighe-ymage vol eerbaerheden
- wiens wesen is so reyn besneden
- dat ic dijns aensiens niet en can versaden,
- o tresoor vol sueter seden
- 5
- wilt niet versmaden morghen oft heden
- die ionste daer ic mede ben beladen.
- dijn eyghen bliuic, ic moet ouerwaden, vs. 7
- al sout mi costen mijn vijf sinnen,
- al soude mi ooc sieden oft braden, vs. 9
- 10
- ic en sal niet laten ic en moet v minnen. vs. 10
- liefde can mi also verwinnen
- dat ic moet segghen met bloede heet:
- liefde verwint daer si ter herten geet. vs. 13
-
- Noyt lieuer en quam mi int ghedachte,
- 15
- tis recht, dijn wesen is al sulc van crachte,
- so snel, dat mijnder herten statuere
- beruert duer v ligt bi daghe bi nachte.
- door v neen heb ic drucs leen te pachte,
- nochtans so prijsic v eedel figuere;
- 20
- maer wat ic lasen daerop besuere
- [f. 59 r°] men mochts met pennen niet bescriuen.
- ic blijf v ghetrouwe schoon creatuere,
- al soumen mi cruepelen oft ontlijuen,
- v eygen dienstknecht nochtans sal ic bliuen,
- 25
- mi en roect wient is lief oft leet,
- liefde verwint daer si ter herten geet.
|
vs. 7 ic moet ouerwaden: ik moet mij er doorheen slaan (vgl. Mnl. Wdb. V, 2343).
vs. 9 soude: lees soud (e)men.
vs. 10 Na sal is wsch. v uitgevallen.
vs. 13 liefde verwint; de spreuk van De Lischbloem te Mechelen was ‘Minne verwint’; wellicht zinspeelt de stok hierop.
|
[p. 80]
-
- *
- O lieflic troost, vaet mijn miskief,
- ic noem v doch mijn alderliefste lief,
- want liefde in trouwe mi daer toe dwinct.
- 30
- aensiet bid ic mijn smertelic grief
- dat therte ontfinck doent eerst besief
- dijn liefde, daer alle solaes met mingt. vs. 32
- mijns sins gheen meerder goet en dinct
- dan bi v te sijne wt allen weene;
- 35
- v liefde mi therte so omrinct,
- lief alderliefste, so lief noyt gheene,
- al knaechdi mi tvel af totten beene,
- al costi mi bloet en daer toe sweet,
- liefde verwint daer si ter herten geet.
-
- 40
- Prince, wat wil ic van liefden gewagen?
- weer ghi oudt sijt oft ionck van daghen, vs. 41
- haddi ghesmaect van sint Ioris sope, vs. 42
- [f. 59 v°] ghi en sout ontsien steken noch slaghen,
- siecten noch plagen, mer zijn sonder versagen,
- 45
- haddi van liefden eenighe nopen.
- liefde is sueter den honighe dropen
- daermen troost van liefde mach verweruen,
- dus stelt in liefden al v hopen,
- al soudijt bequelen oft besteruen,
- 50
- al woumen v ontgoeden oft onteruen,
- al vielmen teghen v hert en wreet,
- liefde verwint daerse ter herten geet.
|
* 31. ontfinck, HA.: myn. 42. sint Ioris, HA.: Cupidos.
vs. 32 met mingt: aan gebonden is.
vs. 42 sint Joris sope: in de 16de eeuw geliefkoosde uitdrukking ter aanduiding van de verliefdheid; de beeldspraak is nog niet verklaard; zie Ndl. Wdb. VII, 442 vg. en vgl. nog CXIV, 46.
|