[XLVII] *
- Mijn sinnekens in allen genuechten vloyen
- als Venus vruchten bloyen
- moet ic mijn pluchten moyen vs. 3
|
* Zie over dit refrein ook de Inleiding, blz. LXVIII; de tekst is moeilijk te volgen en wsch. op vele plaatsen corrupt.
vs. 3 pluchten: plichten.
|
[p. 93]
-
- denckende eens sonder duchten royen vs. 4
- 5
- triemken van minnen om een behaghen.
- die pensekens met ghenuchte groyen
- om haer te luchten spoyen vs. 7
- menich versuchten broyen vs. 8
- Cupido doet der minnen gehuchten gloyen
- 10
- [f. 69 r°] ontstekende tvier inder minnen schragen vs. 10
- dies ic moet gewagen bi vrienden bi magen,
- playsanter noyt mijn ooghen en saghen.
- prijsweerdich prijsicse en wert gelaten niet
- al waer ic vol plaghen swaer om verdragen
- 15
- vol totter craghen, si souse veriagen
- als si mi een gesicht bi maten biet. vs. 16
- si is een weerelt diese opder straten siet vs. 17
- vol alder caritaten vliet
- dus seg ic ter eeren van sulcken ghecrije: vs. 19
- 20
- daenschouwen der loueren maect melodije.
-
- Bi die loueren sietmen chiere maken
- met die blosende dieren waken
- bi sulcke fiere maken, vs. 23
- Venus camenieren naken
- 25
- want loueren doen alle vruecht bedriuen.
- na haer die mans als Ghieren haken
- die in Venus vergieren raken
- daer sijnde bi dat bestieren blaken vs. 28
- en sueticheyt bi manieren smaken vs. 29
- 30
- so dat secretelic moet verholen blijuen. vs. 30
- loueren moet ic eere toescrijuen
- bouen alle wijuen oft lustighe lijuen,
- [f. 69 v°] sonder loueren ware mi cleen verblijdinge.
- men siet sommighe catijuen die sitten en kijuen
- 35
- om die gulden schijuen oft ander missijuen,
- dwelc is een vileyn strijdinghe,
- maer loueren brenghen certeyn tijdinghe
- sdrucs ghemeyn afsnijdinghe, een reen vermijdinge, vs. 38
|
vs. 7 luchten: in het licht komen, opbloeien. vs. 8 en 9 moeten wsch. verwisseld worden.
vs. 8 broyen: gloeien, branden.
vs. 16 bi maten: hetzelfde als te mate (n), op het juiste oogenblik? of: maar even?
vs. 17 diese: voor hem die haar.
vs. 19 sulcken ghecrije: iets zoo lofwaardigs? Vgl. Mnl. Wdb. II, 1176, en wellicht crije CI, 59; zie ook S. XXVII, 33.
vs. 23 Voor fiere is wellicht hem (zich) weggevallen.
vs. 28 bi dat bestieren: door dit optreden, die handelwijze?
vs. 38 vermijdinge: hoort bij drucs, of is een hypercorrecte vorm voor vermeyinge.
|
[p. 94]
-
- tis recht dat icker in verblye
- 40
- want daenschouwen der loueren maect melodye.
-
- Die loueren sietmen nv groene blincken
- bi die loueren liefkens schoene wincken
- die den wijn sonder vernoyen drincken
- dien si tharen verdoene schincken vs. 44
- 45
- verheugende malcanderen met iolijte.
- amoreuslic hoortmen met saysoene flincken vs. 46
- want si met campioenen mincken, vs. 47
- alle belroenen clincken, vs. 48
- die met bevroene hincken, vs. 49:
- 50
- van allen sorgen maken si haer quijte.
- si en achten niet een mijte schimpers verwijte,
- [f. 70 r°] mer tharen spijte smaken si met appetijte
- troostelike conseruen soet.
- al waer ic vry van ghesmijte oft ghecrijte
- 55
- telcken inbijte alle dinc tot mijnen profijte vs. 55
- so ist al niet als icse deruen moet.
- . . . . . . . . . . . . . .
- sonder haer dunct mi tversteruen bloet vs. 58
- stellende druck voor mijn partye
- 60
- daenschouwen der loueren maect melodye
-
-
- Prince
- Mijn wercken princesse ic sonder vercouwen wercke vs. 61
- als ic v aenschouwen mercke
- reyn louerkens int betrouwen stercke
- ghi sijt gheeert in elcx presencie
- 65
- recht ist dat ic v los van rouwe swercke vs. 65
- ic woen in der vrouwen kercke
- eewelijc na v kerssouwe hercke vs. 67
- tuwaert roepende om assistencie
- een troostighe influencie van uwer eloquencie
- 70
- aenhoort mijn intencie, neemt mi in v reuerencie
- [f. 70 v°] laet mi troost secretelic in minnen winnen,
|
vs. 44 tharen verdoene: voor hun rekening, voor zich.
vs. 46 met: lees wsch. in(t); vgl. voor de uitdrukking in saysoene II, 1. - flincken: slaan, werpen (met dobbelsteenen); zie Teirl., Z. O. Vl.
vs. 47 si ... mincken: zij gaan om met -. - campioenen: wsch. niet in de hedendaagsche beteekenis, maar in die van: onvervaarde gezellen.
vs. 48 belroenen: lees: berloenen, bijvorm van breloen, fr. brelan, speeltafel (Gamillscheg; Bloch)
vs. 49: zij die mank gaan, gebukt gaan onder zorgen (?).
vs. 55 telcken inbijte: iederen dag.
vs. 58 tversteruen bloet: lees: versteruen dbloet?
vs. 65 los: van lossen, bevrijden. - rouwe swercke: donkere dreiging; vgl. ABN. VII, c, 9: ‘Deertsche vruecht es onpuer, vol doncker zwercken.’
|
[p. 95]
-
- om confoort doe ic diligencie een cleen experiencie
- van uwer eloquencie eerbaerige silencie
- reen loverkens laet mi vruecht int verzinnen winnen
- 75
- eerbaerlijc salic v bouen vriendinnen kinnen,
- niet anders en sal ic beghinnen binnen
- mach ic confoort van mijnder troostersse uinnen
- v dienaer ic mi eewelic belye,
- want daenscouwen der loueren maect melodye.
[houtsnede]
|