[XLIX] NOTA  [XLIX]  

 Ic mint al, dat lijf en siel verteert
 Tis goet geschuwet dat god begheert
 Tis best ghedaen sonde swaer
 God verbiet wel doen altoos
 [XLIX]  Den juisten zin krijgt men door, zooals in vs. 8/9 gezegd wordt, de twee eerste woorden van het gedichtje weg te laten. In verband met de onpersoonlijke constructie van wat volgt doet de eerste-persoonsvorm ic mint wat vreemd aan; men leze dus wellicht mint.


[p. 98]

 
5
 Tis grote eere lieghen sonder waen  vs. 5  
 Tis grote schande niet te sijn loos.
 Dits gods begheeren altoos.
 Wildi dit in duechden verstaen,
 So moeten daer .ij. woorden af sijn gedaen.

[f. 73 r°] [houtsnede]

 vs. 5  waen: lees waer (wegens het rijm).