[f. 77 v°] [LV] REFREYN
- AL sueckic veel rooskens wt minnen
- gheen roosken en mach ic riecken noch plecken,
- noch metten bladeren coenlijck beghinnen
- noch mijn amoreus herte ontdecken.
- 5
- ic en mach mi bi gheen rooskens strecken
- noch cruypen bi haerder gracien,
- want valsche tonghen mochtender met gecken
[p. 105]
-
- saghen si van ons eenighe recreacien.
- ic en mocht dat bloemken wt reynder nacien
- 10
- den mont niet eens om cussen bien,
- aentasten noch doen visitacien,
- wiet mocht aen sien
- al iondic haer vrientschap bouen dien,
- lust moet met cracht in mi verholen sijn. vs. 14
- 15
- in sulcker manieren macht niet geschien
- dat ic begheere dat moet ghestolen sijn.
-
- Oft mi die gracie mocht ghelucken
- met haer te gaene int secrete
- ende eens vanden rooskens te mogen plucken,
- 20
- sonder van nijders die mi doen duchten, vs. 20
- want ic vrese si souden met willen eeten
- ende plucken van haren sueten vruchten,
- [f. 78 r°] so soude si, die in eeren is gheseten,
- in schande vallen, waer duer ic moste suchten
- 25
- en maken gheruchten,
- mijende die bloeme suet van luchten.
- daer bi besmetten
- sal ick mi ende haer in sorghen setten,
- haer salicheyt en ooc haer gheluc beletten
- 30
- en laten den dief thuys beuoelen sijn,
- neent, int doncker wil ic spreyen mijn netten,
- dat ic beghere dat moet ghestolen sijn.
-
- Het is beter soberlic te drincken
- dan te continueren dach op dach,
- 35
- en eens den lichaem so vol te schincken vs. 34/35
- datter daer na niet meer in en mach,
- exemplum die der ghelijcken sach;
- tis beter ghestolen water inder noot,
- want het gheeft den duerste meerder verdrach, vs. 39
- 40
- dan sueten gegheuen ypocras root.
- openbair liefde groot
|
vs. 14 met cracht ... verholen: met geweld onderdrukt.
vs. 20 Na sonder is iets weggevallen; de zin loopt althans zóó niet, en duchten kan niet juist zijn wegens het rijm: ook bij vs. 25-28 is het rijmschema in de war en de zin duister.
vs. 34/35 dan en en aan het begin moeten wsch. verwisseld worden.
vs. 39 verdrach: stilling, laving.
|
[p. 106]
-
- die valt metten gange, vs. 42
- bedecte secrete liefde bloot
- die duert seer lange.
- 45
- ic moeter om lijden al valt mi strange,
- soudick der liefster doen in dolen sijn, vs. 46
- voorwaer solaes wil ic ontfangen.
- dat ic begere dat moet ghestolen sijn.
-
-
- Prince
- [f. 78 v°] Ic begeere liefde in liefden te gebruiken
- 50
- voor eenich solaes ghenuecht oft spel,
- haren sueten mont te cussen om te ontluyken vs. 51
- haer armkens te luyken en te struyken vs. 52
- vriendelic na der natueren beuel.
- gheen goet en begheer ic ter werelt el
- 55
- van haer die mi heeft ghebracht int spel
- met haren woordekens suet sonder vermijden.
- het moet ghestolen sijn aen beyde sijden,
- ghestolen brocxkens smaken so wel, vs. 58
- al moetmen daer somtijts veel om lijden.
- 60
- men sal omme sien ende rijden vs. 60
- die op sheeren strate wil nemen die baene:
- si wetent wel die in de amoreuse scholen zijn.
- elc wacht hem van sulck dinc te bestaene
- wat ic begheer dat moet ghestolen sijn.
|
vs. 46 Na soudick is wsch. door weggevallen. - dolen: eig. verwarring, hier: leed, droefenis.
vs. 51 om te: lees wsch. en te.
vs. 52 te luyken en te struyken: wsch. corrupt: ook in deze strophe wijkt de volgorde der rijmen af van het schema; struyken is van elders niet bekend.
vs. 58 Dit was een spreekwoordelijke uitdrukking; zie b.v. nog Spiegel d. Minnen vs. 3524; Hand. d. Amour. S. 8 v°.
vs. 60 omme sien ende rijden: een spreekwoordelijke uitdrukking (zie Sartorius, Adagia I, 2, 35); omzichtig voortgaan.
|