[f. 82 v°] [LVIII] REFREYN
- OCH hoe menichsins is sijn herte ghequelt
- die dagelicx waect en die hueren telt
- en met die mutse is beluetert, vs. 3
- hoe wel dat hi ghepayt is ende ghestelt
- 5
- tghepeys is altijt derwaerts ghehelt,
- daer en is niet goet aen ghepuetert,
- want watmer aenstoot, clopt oft cuetert, vs. 7
- wie dat bemutst is en can hem niet ghesaten; vs. 8
- die mutse heeft menigen mensche besluetert vs. 9
- 10
- nochtans en can icse niet ghelaten.
-
- Men hoorter niet af dan druck en clachte,
- lopen en drauen bi daghe bi nachte;
- hoe sou hem yemant tegen die mutse gewreken,
- menich swair gepeis, menich vreemt gedachte,
- 15
- suchten en steenen gheeft si te pachte.
- altoos moet den minnaer wat ghebreken:
- dan loopt hi om sien en dan om spreken,
- maer lasen ten mach hem somtijts niet baten,
- nochtans en can icse niet ghelaten.
-
- 20
- Och dan isser eerst veel drucs verscheert vs. 20
- alsser yemant van hem beyden gram gebeert
- [f. 83 r°] en luttel wrimpt oft muylt ouer sijen vs. 22
- recht oft deen dander niet meer en begheert,
|
vs. 3 beluetert: gekweld; zie b.v. nog Stoett, Drie Kl. 74, vs. 317.
vs. 7 cuetert: peutert (Ndl. Wdb. VII, 2711); HA. leest ten onrechte cleutert.
vs. 8 hem ... ghesaten: tot kalmte komen.
vs. 9 besluetert: misschien een iteratief van besluten, in het nauw brengen. Tusschen vs. 18 en 19 ontbreekt een vers.
vs. 20 verscheert: beschoren (Mnl. Wdb. VIII, 2355).
vs. 22 wrimpt oft muylt ouer sijen: zuur kijkt of pruilt.
|
[p. 113]
-
- *
- dan wert dat herte in drucke verteert.
- 25
- als si so bliuen int schijnen partijen, vs. 25
- comter dan eenighe Ialousien,
- groten rouwe men daer siet vaten;
- nochtans en can icse niet ghelaten.
-
-
- Prince
- Och die noyt en was bemutst
- 30
- mer sijn herte in vreden altijt gherust,
- die en derf ouer die mutse niet claghen.
- die dat can ghedoen het is hem tnutst,
- tghepeys behoeft doch niet gheblutst vs. 33
- want si na die liefde niet en vraghen.
- 35
- si slapen als ander lieden rinnen en iaghen,
- men sietse ooc niet lopen achter straten,
- dus seggic die mutse is quaet om verdragen;
- nochtans en can icse niet ghelaten.
|
* 32. het is enz., HA.: is al te wel gherust. 33-34. HA.: Oft t'ghepeys ten daer toe cost gebrengen // Maer die liefde en willes niet ghehinghen.
vs. 25 bliuen ... partijen: vijandig gezind, boos blijven. Tusschen vs. 27 en 28 ontbreekt een vers.
vs. 33 gheblutst: gekweld, afgepijnigd.
|