[p. 123]
-
- *
- wat nijde, wat schimp daer ic in vliete,
- 5
- wat vrient, wat maech dat mi nv liete,
- wat lijden dat mi mach maken bedruct,
- ic ben dies een haer niet ontruct vs. 7
- als ic om haer met reynder herten
- peynse, die therte, siel en lijf wt pluct;
- 10
- si is weerdich alder smerten.
- ghelijck een voghel moet staen in sparten, vs. 11
- bewaert om singhen met sijnre sueter tongen,
- so houtse mi mijns dancs bedwongen.
-
- Si toocht mi minne en reynichede,
- 15
- ic tooch haer ionste en certeynichede
- met allen den sinnen en crachten mijn;
- si toocht mi schouwen sonder vileynichede, vs. 17
- ic tooch haer vruecht, const sonder cleynichede, vs. 18
- ten moghen gheen lieuer lieuers sijn.
- 20
- al dat lijden en is mi gheen pijn,
- hoe veel icx lasen duer haer lijde.
- [f. 92 r°] in spijt des nijders valsch fenijn
- bliuic haer eyghen teewighen tijde.
- gheen dinck voor haer mi meer verblijt,
- 25
- in haerder liefden diepe gheswonghen vs. 25
- so hout si mi mijns dancs bedwongen.
-
- Hoe soudic der liefster ionste vergheten,
- wie soude haren troost mi connen ontmeten vs. 28
- die ic nv bouen mijn siele minne.
- 30
- alle die ter werelt van leuene weeten
- mi van der liefster ymage niet en smeten,
- si en moet mi bliuen inden sinne.
- si is mijn hoochste troosterinne
- vooral daer god oyt leuen in sende,
- 35
- si blijft gheprint ter herten inne,
|
* 11. in sparten, HA.: int sperten. 34. HA.: Voer al die ic op de werelt oyt kende.
vs. 7 ik word daardoor allerminst van mijn stuk gebracht.
vs. 11 in sparten: in een kooi.
vs. 17 schouwen: aanblik? of lees wellicht trouwe?
vs. 18 const sonder cleynichede:?
vs. 25 diepe: diepte, afgrond. - gheswongen: geslingerd.
|
[p. 124]
-
- ende waert dat die auentuere wende,
- ic diende haer ter doot toe vast gedrongen,
- so hout si mi mijns dancs bedwonghen.
-
-
- Prince
- Mer weerde princesse, welrieckende doorne,
- 40
- v meen ic mijn weertste wtuercoorne,
- want ghi kent onser beyder staet;
- [f. 92 v°] pijnt na uwer vrienden raet niet te hoorne,
- bi mijnen wille poocht v te stoorne
- want lieuerkens wille en vrienden raet
- 45
- sijn beyde te passe te houdene quaet. vs. 39-45 vs. 45
[houtsnede]
|
vs. 39-45 Deze strophe hoort wsch. niet bij dit refrein.
vs. 45 te passe te houdene: te verzoenen, met elkaar in overeenstemming te brengen.
|