[f. 96 v°] [LXX] REFREYN [LXX]
- Waer is mijnder herten iubilacien? vs. 1
- die mi doet veel lamentacien,
- wilt mi doch vruecht aen v laten genieten.
- hoe ic v beminne tot elcker spacien,
- 5
- ghi en comt mi niet tot confortacien,
- tmach mi bi tijen wel verdrieten.
- ooc sie ic die nijders fenijn na mi schieten
- dat mi mishaecht, ic waen ontsinnen;
- ic wilde dat si sweghen ende sijt lieten;
- 10
- gheen last so swaer alst pack van minnen.
-
- Wie soude v wesen moghen verconden?
- men souts niet connen ghespreken met monden,
- v aensicht blinckende als der sonnen schijn,
- dijn lippekens root, doochkens bruyn beuonden;
- 15
- dus vindic mi nv en tot allen stonden
- bernende inder liefden, noyt sulcke pijn.
- geeft doch mijnen lichaem een troostelic medecijn,
- want therte beswaert, wat sal ic beginnen?
- die sinnen discoort sijn nv in dit termijn;
- 20
- gheen last so swaer alst tpac van minnen.
-
- [f. 97 r°] Met Venus voncxkens vindic mi ontsteken,
- wilt mi doch helpen, mijn ooghen die leecken;
- troost mi ghi die ic niet en hate,
- slaet mi in staden die ben besweecken vs. 24
- 25
- en wilt mi doch helpen van mijn ghebreken,
- tsi binnen den huyse oft op der straten.
- ic ben niet begherende profijt noch baten.
|
[LXX] Stok. Vgl. Leuv. Bijdr. IV, refr. XVII,
vs. 1 ‘Gheen last zoe zwaer alst pack van minnen’.
vs. 24 slaet: lees: staet (drukfout in mijn uitgave).
|
[p. 130]
-
- van v, mijn liefste, wilt dit versinnen,
- makende mijnen wech in allen gaten;
- 30
- gheen last so swaer alst pack van minnen.
-
-
- Prince
- Princesse excellent wilt mi verhoren,
- reyn wtuercoren wilt v niet storen
- dat ic v minne bouen alle vrouwen;
- mijn lijden wilt hooren o schoon gheboren,
- 35
- duer v heb ic mijnen wille verloren
- sonder eenich berouwen, o vat vol trouwen,
- mocht ic noch troost aen v ghewinnen
- mijn liefde tuwaerts sou niet vercouwen;
- gheen last so swaer alst tpack van minnen.
[f. 97 v°] [houtsnede (ondersteboven)]
|