Er is niets ter wereld zoo belangwekkend als menschen. Wel kunnen op sommige oogenblikken de fonkeling van een ster, de trilling van een vioolsnaar, de vleugels van een insect, of de smalle, dunne bladen van een bloem ons dieper beroeren en verademen wij, als wij de menschen achter ons hebben. Maar door menschen allermeest bewegen zich de milliardenvoudige stroomingen van het leven. De lezer, wien het niet om de ontspanning der lectuur, om de spanning der intrigue te doen is, is in een boek, in een roman evengoed op zoek naar menschen als in het leven zelf. Maar niet dikwijls vindt men een roman, waarin menschen leven, alsof het geen papier meer was en geen drukletters maar de over het papier gestreken schaduw van het leven zelf, waaruit men beelden ziet als in de wolken aan de lucht. De figuren van een goeden roman zijn de silhouetten van een mensch. Maar vaker, ontmoedigend vaker zijn het tendenzmodellen, gepersonifieerde ideeën, deugden en ondeugden, marionetten der intrigue, mislukte fantaisieën of ten hoogste interessante ficties. Al te zelden menschen, met een gelaat en een stem, met ziel en karakter - twee uiterst ontoereikende woorden voor dat onvatbare, dat binnen een mensch beweegt en bestaat, de onverklaarde rest op de werkingen van het menschelijk organisme.
Grazia Deledda bezit de macht menschen uit te beelden, maar er ontbreekt nog iets aan die beelden: ze zijn als een goed portret, men kent er het uiterlijk
van een mensch aan en krijgt een indruk van zijn persoon, maar niet meer dan een schemerend besef van zijn innerlijk leven. Meer dan een goed portret, den mensch zelf te geven is voor slechts weinige schrijvers, en dan nog slechts enkele malen weggelegd. Eer nog gelukt het groepen menschen te teekenen, werkvolk, boeren, zeelui, beurskringen, society-life, waar het meer op de suggestieve beschrijving van handeling en milieu dan op de enkele ziel aankomt. Grazia Deledda ontwerpt een beeld van het landvolk op Sardinië. Tegen den achtergrond der olijven-hellingen en amandelboomen verschijnt dit volk van herders en boeren. Zij zijn als alle boeren, het leven gaat er om geld en vee, oogst en erfenissen, liefde en minnenijd. Er wordt moeizaam gezwoegd, er zijn veeten en feesten. In den grond is het er niet anders dan in den diepen Hollandschen polder, het huwelijk is er een handel als een andere. Er wordt gekonkeld en gekoppeld, gewikt en beschikt en alle overwegingen hebben meer recht dan de keuze van vleesch en hart zelf. Het leven is er in de oude, trotsche boerengeslachten niet zoo grondsch en primitief, instinctief als men wel fantaseert, maar nuchter en zakelijk, en het welberekend familiebelang overheerscht er de hartstochten, die alleen zijdelings en heimelijk uitspatten. Men trouwt wie men te trouwen past, maar zoekt in stilte wie men begeert. Er is een stijve maar kloeke waardigheid, die slechts niet altijd bestand is tegen den druk der moedwillig verdrongen verlangens; boerentrots en -traditie, een ondeelbaar mengsel van oprechheid en huichelarij. De huwelijkszaak wordt bekrachtigd met Gods wil, aldus houdt zich dit boerenleven in zijn
tradities en bestendigen vorm in stand, al breekt soms in een hart, dat meer liefde bevat dan traditie, het verlangen door die onverbreekbare vormen heen. Wie het werk van Grazia Deledda gelezen heeft, meent het leven op Sardinië te kennen. Hij merkt, dat het het werk is van een sterk talent, knap geschreven en goed gecomponeerd. Maar toch heeft hij iets anders verwacht, méér, grootscher. Grootsch zijn deze romans niet. Zulke boeken kan bijv. Streuvels op zijn minst ook schrijven.
Het werk van een auteur, die met den Nobelprijs werd bekroond, neemt men onwillekeurig met iets als ontzag en eerbied in handen. Het spant de verwachtingen op het hoogst. Het heeft iets van de opwachting bij een vorst of een bezoek bij den paus. Maar alles, waarvan men zich zeer veel beloofd heeft, stelt teleur.
Het landschap is in deze boeken schilderachtig om de handeling aangebracht. Telkens zijn er trekjes van fijne menschenkennis. Maar nergens raakt de schrijfster van den beganen grond der werkelijkheid. Zij idealiseert het landleven niet, verzacht de harten van het ruwe volk niet opzettelijk, zij volbrengt haar taak zonder fouten, maar ook missen wij ten slotte de visie, die de wereld en het leven, dat zij beschrijft, omhoog heft uit de enkele weergave van het bedrijf, de hartstochten en de lotgevallen tot een beeld van diepe menschelijkheid, tot een teeken der menschheid, als bijv. Streuvels' Vlaschaard is.
De boerenromans van alle landen zijn betrekkelijk eender, en het doet er weinig toe, of het drama van met de aarde worstelend volk zich afspeelt op berghellingen of in laagvlakten; ondanks alle schakee-
ringen van landelijke gebruiken, zeden en ondeugden, is het overal het ruwe en harde zwoegen om den grond voedsel af te dwingen, arbeid onderbroken door oogstfeesten en huwelijken, door het oproer der stormende hartstochten of door de vreemde en dreigende stilte van ziekte en dood.
In alle landen zijn er auteurs geweest, die het volksleven op het land hebben uitgebeeld en wier plastisch talent zoo weinig uiteenloopt, dat de Nobelprijs met even veel recht als aan deze Sardinische schrijfster aan een of anderen Noorschen, Poolschen, Vlaamschen, of wie weet in zijn onbekendheid ten onrechte verscholen Californischen of Nieuw-Zeelandschen boerenromancier kon worden toegekend. Ongetwijfeld heeft Grazia Deledda niet meer artistiek recht op deze onderscheiding dan Cyriel Buysse of Stijn Streuvels, maar Nederlandsche ministers van onderwijs, kunsten en wetenschappen zijn meestal niet zoo geestdriftige gangmakers voor de artisten van hun stam als de voortvarende Mussolini, wiens kunstzinnigheid overigens wel geen gelijken tred zal houden met zijn nationalen eerzucht.
Het ongeschokt gezag en de algemeene vermaardheid van den Nobelprijs omhullen de winnaars van deze hoogste letterkundige onderscheiding met een aureool van genialiteit, dat hen bij de groote massa voor altijd doet gelden als de grootsten der grooten onder de kunstenaars van het woord. In meer ingewijde kringen is echter het prestige van den Nobelprijs de laatste jaren verminderd door de toekenning ervan aan schrijfsters als Grazia Deledda en Sigrid Undset, beide ongetwijfeld begaafde auteurs,
maar verre van onvergelijkelijke genieën en onvervangbare persoonlijkheden. De ontroering der groote kunstwerken geven de romans van Grazia Deledda niet.