Christian grinnikte. ‘Die student was wel dubbelstom!’
‘Dank je, jongen!’ zei Jan A. ‘Jammer dat de klokkenmaker hier niet is.’ Hij vestigde een vorsende blik op de bibliothecaris. ‘Wat zou hij van mijn verhaal hebben gezegd?’
‘Dat het mooi geleugend is,’ zei Christian. ‘De student heeft het verzonnen van A tot Z.’
‘Tot en mét Z,’ verbeterde de bibliothecaris. ‘Als hij het helemaal verzonnen heeft tenminste.’
Claartje kwam dicht bij Jan A staan en zei: ‘'t Is niet verzonnen, ik geloof dat het waar is.’ Ze keek vragend naar hem op. ‘Ja hè? U was toch werkelijk die student? Bent u... Is de student later nog geslaagd?’
‘In het verhaal van de klokkenmaker staat niets van geslaagd of gezakt,’ sprak de bibliothecaris. ‘Dat is ook van gering belang.’
‘Daar ben ik het niet mee eens,’ begon Jan A nogal heftig, ‘het was... Ach,’ vervolgde hij, opeens kalm, ‘u hebt gelijk, dat was toen. Niet van belang, niet meer... of misschien toch wél. Alleen anders dan ik eerst dacht. Maar dat is een nieuw chapiter.’
Claartje zei: ‘Ik wil tóch weten hoe het verder is gegaan.’
‘En ik zou willen weten hoe het met de klokkenmaker is gegaan,’ zei Jan A tegen de bibliothecaris. ‘Wij hebben elkaar uit het oog verloren zoals u weet. U kent hem goed. Ziet u hem nog vaak? Dan wilt u hem zeker wel namens mij vertellen dat ik nog steeds wacht op mijn oude horloge, dat hij zou repareren. Een solide analoog horloge, van mijn moeder gekregen toen ik achttien werd. Met wijzers.’
‘Da's ook brutaal,’ zei Christian. ‘Wat moet je daar nou mee?’
Claartje deed een stapje terug en legde een vinger op haar lippen.
‘Neem me niet kwalijk, lieve kinderen!’ Jan A liet zijn beide polsen zien. ‘Kijk, vel over been! Helemaal geen horloge meer. Ik heb me een jaar of wat geleden natuurlijk een nieuw aangeschaft: zo'n modern kwartshorloge, LCD, digitaal. Maar dat is mij kortgeleden ontstolen.’
Er viel een enigszins ongemakkelijke stilte die hij zelf moest verbreken: