terug  begin  verderprepost
[p. 56]

De blik vooruit

In de hongerwinter van 1944 op 1945 is Drees op een donkere avond, op weg naar zijn onderduikadres, in een Amsterdamse gracht geraakt. Door lichtseinen te geven met zijn ‘knijpkat’ trok hij de aandacht van een brugwachter, die hem redde. Drees moest enige weken het bed houden en in die tijd dicteerde hij een program van de politiek, die hij na de bevrijding nodig achtte. In April 1945 is dit program met een inleiding, als speciale uitgave, in het illegale sociaal-democratisch orgaan ‘Vrije Gedachten’ illegaal verspreid.

 

Gedurende de bezetting zijn van sociaaldemocratische zijde verscheidene brochures in het licht gegeven, waarin de toe-komst werd besproken. Staatkundige, economische en sociale vragen zijn daarin behandeld. Tot nog toe is echter, ondanks wensen, die herhaaldelijk zijn geuit, geen omlijnd urgentieprogram gepubliceerd.

Daarvoor hebben in hoofdzaak twee motieven gegolden, die ook nu hun betekenis nog niet hebben verloren.

Het eerste is, dat geen gezamenlijk beraad van de gehele beweging mogelijk is, terwijl bovendien de doorbreking van alle vroegere verhoudingen als gevolg van de oorlog aanleiding geeft de vraag, hoe aan het democratisch socialisme in Nederland een zo breed mogelijke grondslag is te geven, opnieuw en onbevangen onder de ogen te zien. Overleg daarover is gevoerd en zal na de bevrijding in ruime kring zijn voort te zetten. Daarbij zal ook het beleid voor de naaste toekomst een onderwerp van vrije discussie moeten kunnen zijn. Het zou mede om die reden onjuist zijn een program daaromtrent thans als partijprogram te doen verschijnen.

[p. 57]

Het tweede, dat zwaarder weegt, is de voortdurende wisseling in omstandigheden zolang de oorlog voort duurt. Om het sprekendste voorbeeld te noemen: de zware slagen, die ons volk en ons land na September 1944 hebben getroffen, zullen lange tijd hun invloed doen gevoelen op wat er kan en moet worden gedaan. Vóór September zouden veel meer arbeiders dadelijk in eigen vak in het normale bedrijfsleven hebben kunnen werken dan voorlopig het geval zal wezen, nu zoveel verwoest is, zoveel machine-installaties, zoveel grondstoffen-voorraden, zoveel spoor- en tramwegmateriaal zijn weggehaald, terwijl bovendien brandstoffen, electriciteit, gas voorlopig wellicht nog zullen ontbreken. Ook het voedselprobleem en de vraag hoe de gevolgen van de ondervoeding tegen te gaan zijn veel dringender geworden. De economische, sociale, financiële mogelijkheden zijn niet meer dezelfde.

En de internationale verhoudingen, waaronder Nederland zal hebben te werken, zijn niet te overzien zolang de oorlog duurt. De Krim-Conferentie heeft enige opheldering gebracht, maar wat van Europa, wat in het bijzonder van Duitsland zal worden, is nog grotendeels onbekend. En toch zal dat ook op het toekomstige lot van Nederland een diepgaande invloed hebben.

Zo is er veel meer. Welke schadeloosstelling Nederland zal verkrijgen, welke medewerking het van geallieerde zijde heeft te verwachten bij zijn wederopbouw, wat in Engeland is voorbereid, welke mogelijkheden er zullen zijn voor onze uitvoer, over welke middelen Nederland nog beschikt om invoer uit het buitenland te betalen, hoe groot de schuldenlast van de Staat zal zijn, het is alles niet of onvolledig bekend.

Het vaststellen van een urgentieprogram in de oude zin zou dan ook thans nog voorbarig zijn.

Aan de andere kant is het een voor de hand liggende plicht zich te bezinnen, niet alleen omtrent de beginselen, waarnaar gehandeld dient te worden, maar ook omtrent de hoofdpunten van het te volgen practische beleid. Het spreekt vanzelf,

[p. 58]

dat dat van sociaaldemocratische zijde is geschied. En nu eindelijk de bevrijding waarlijk in zicht is, wordt het urgent gelegenheid te geven tot overweging in ruimer kring.

Uit dat oogpunt moet men dit geschriftje bezien. Het is niet een vastgesteld definitief program. Het zal straks in de beweging en in overleg omtrent vernieuwing een onderwerp van gedachtenwisseling kunnen uitmaken. Het zal tevens, als wij beter weten in welke verhoudingen wij hebben te arbeiden, verder zijn uit te werken en scherper kunnen worden omlijnd. Het is ook niet gesteld of bedoeld als een program van eisen, samengevat in korte, pakkende leuzen. Wij zullen zeker in de toekomst nog alle reden hebben om strijd te voeren en voor bepaalde eisen op te komen, maar tegenover de nood, waarin heel ons volk verkeert, gaat het er allereerst om onzerzijds een constructieve bijdrage te leveren tot het werk van herstel, wederopbouw en maatschappelijke vernieuwing.

Om al deze overwegingen is niet gesproken van een urgentieprogram of een program van eisen, maar van richtlijnen voor het te voeren beleid. Richtlijnen, die ook in hun vorm niet ten volle een programkarakter dragen, maar waarbij naast programmapunten nu en dan ook een kort betoog voorkomt. (Kort, omdat verdere uitwerking in andere, grotere geschriften zal volgen.) Voorts is niet gepoogd alle vraagstukken te behandelen, die zich in het staatkundige leven zullen voordoen, maar is de aandacht in hoofdzaak geconcentreerd op hetgeen direct samenhangt met de ontwrichting, die het gevolg is van de oorlog en met de maatschappelijke omvorming, die wij geboden achten. Daarbij zijn echter wel, naast wat reeds in de eerste tijd na de oorlog te beslissen valt, ook onderwerpen behandeld, die eerst later in de volle omvang aan de orde zullen komen. Het gaat om richtlijnen, die in de toekomst kunnen worden doorgetrokken.

Uiteraard draagt menige formulering niet een specifiek sociaaldemocratisch karakter. Stellig zijn op verschillende pun-

[p. 59]

ten opvattingen weergegeven, die in brede kring worden gedeeld en die ten dele reeds zullen zijn uitgewerkt in concrete voorstellen, in Londen of hier op wens van de Regering voorbereid.

Anderzijds zijn enkele punten ter sprake gebracht, waar-omtrent ook binnen de sociaaldemocratie geen eenstemmigheid bestaat. De schrijver van deze richtlijnen is een overtuigd tegenstander van annexatie door Nederland van Duits grondgebied, zowel op grond van algemene beginselen als uit over-wegingen van Nederlands en Europees belang. De sociaal-democratie is in het algemeen ook sterk gekant tegen grenswijzigingen tegen de wil van de bevolking, die er bij betrokken is. Hij is er zich echter van bewust, dat de ontzaggelijke schade, die de Duitsers ons land hebben berokkend, ook sommige sociaaldemocraten doet neigen tot medewerking aan een gebiedsovergang van Duitsland naar Nederland. Over dit punt en over verschillende andere zal straks gedachtenwisseling ook in eigen rijen plaats hebben.

Over het algemeen echter zal het geschrevene geacht mogen worden denkbeelden weer te geven, levende in de Nederlandse sociaal-democratie. Zij staan, al zijn het geen beginselbeschouwingen, met de beginselen van democratie en socialisme in onverbrekelijk verband. Zij zijn sober geformuleerd, maar hebben een verre strekking. Zij bedoelen op het nauwelijks te dragen leed, de bittere nood en de drukkende moeilijkheden van het heden, het licht te werpen van mogelijkheden, die wijzen naar gelukkiger en menswaardiger maatschappelijke verhoudingen dan wij ook voor de oorlog hebben gekend.

Uit de armoede en verwarring hebben wij ons op te werken, maar in welke diepte wij ook beginnen, wij moeten dadelijk een hoog doel in het oog vatten.

Ook het practische werk van elke dag, waarop wij ons weer voorbereiden, moet doorstraald worden van de gloed van het ideaal en moet ons verder brengen op de weg naar een bloeiende gemeenschap van de arbeid, die allen waarborgt geestelijke

[p. 60]

en staatkundige vrijheid, welvaart en bestaanszekerheid; gelijke maatschappelijke voorwaarden tot ontplooiing der persoonlijkheid.

 

Onmiddellijk na de bevrijding, als het grote doel van de strijd, het waarborgen van vrijheid en recht, bereikt is, zal het gaan om het zo snel mogelijk voorzien in de dringendste nood en het meest urgente herstel.

Alles overheersend zal zijn de behoefte aan voeding, kleding, schoeisel, brandstoffen, licht, woongelegenheid; daarna, maar ook reeds in verband daarmee, aan grondstoffen en aan middelen van vervoer, ook individueel, zoals de fiets.

Verder de wens van geëvacueerden om naar hun woonplaats terug te keren en van de onderduikers om weer in normale verhoudingen te leven; de noodzakelijkheid van zorg voor wie uit het buitenland terugkomen; het herstel van normale arbeidsgelegenheid en van normaal gezinsleven.

Hier ligt niet enkel een taak voor de Regering, die uiteraard in overleg met de geallieerden voorbereidingen heeft getroffen. Het spreekt vanzelf, dat ook organen uit het maatschappelijk leven zullen worden ingeschakeld en dat de onder-grondse beweging, dan verschijnend in het licht der Vrijheid, op grond van haar ervaring hulp zal verlenen. Een beroep zal echter zijn te doen op heel het volk.

Het weren van honger, kou en duisternis; het verschaffen van goede woonruimte; de zorg voor de zwaar door de oorlog getroffenen; heel het herstel van Nederlands volkskracht; ook de ondersteuning, voorzover dan nog nodig, van de geallieerde oorlogvoering, eisen gezamenlijke inspanning van alle krachten.

Op dat ogenblik moeten bij allen de plichten voorgaan. Dan geen weigering van boeren om af te leveren, omdat zij prijzen niet hoog genoeg vinden; dan geen stakingen van arbeiders, omdat verlangens niet dadelijk worden ingewilligd. Producenten, vervoerders en transportarbeiders, distribuanten

[p. 61]

zullen met volle toewijding moeten arbeiden. Uiteraard met inachtneming van hetgeen in verband met de voedseltoestand kan worden gepresteerd. Natuurlijk moet ook gegrond vertrouwen kunnen bestaan, dat het mogelijke zal worden gedaan om aan redelijke verlangens te voldoen.

De zwarte handel, dan enkel nog sabotage uit winstbejag van een billijke distributie over het eigen volk, moet algemeen als een misdrijf worden gezien en behandeld.

Naleving van voorschriften - dan weer van onze eigen Regering - moet weer regel worden, zoals zij tijdens de bezetting uitzondering was.

Reeds in de wijze, waarop het herstel van de lichamelijke volkskracht ter hand wordt genomen, kan een begin liggen ook van het geestelijke en morele herstel, dat na de verwarring en verwildering van deze tijd zo dringend nodig is.

Staatkundig

Onmiddellijk herstel van de democratische vormen van wetgeving en bestuur, voorzover dat mogelijk is ook zonder nieuwe verkiezingen. Vorming van een Regering op zo brede basis als verenigbaar is met overeenstemming omtrent een program, dat herstel en wederopbouw een begin doet zijn van maatschappelijke en staatkundige vernieuwing.

Een parlement worde bijeengeroepen, waarin naast de leden van de Staten-Generaal, die in 1940 zitting hadden en die ook gedurende de bezettingsjaren het vertrouwen der bevolking waardig zijn gebleken, zitting verkrijgen personen, die tijdens de oorlog figuren van bijzondere betekenis zijn geweest in de weerstand tegen de bezetter.

Zo spoedig het in redelijkheid mogelijk is (rekening houdende o.a. met de terugkeer van de honderdduizenden, die thans in het buitenland zijn en met de noodzakelijkheid tijd te laten voor nieuwe politieke oriëntering) verkiezingen, opdat een vastere grondslag verkregen wordt.

Herstel ook van de vrijheid van drukpers en van vereniging

[p. 62]

en vergadering. Uitgesloten van alle burgerrechten kunnen worden degenen, die zich tijdens de bezetting tegen Nederland hebben gekeerd.

Beperking van taak en bevoegdheden van het Militair Gezag tot hetgeen terwille van de oorlog en het contact met de Geallieerde bevelvoering noodzakelijk is.

Krachtige zuivering, in het bijzonder van het ambtenaren-corps en van de pers. Daarbij grote verantwoordelijkheid naarmate men hoger geplaatst was. Bij lager geplaatsten ernstige misdragingen treffen, niet elke zwakheid.

Bij ambtelijke bevorderingen ingeval van ongeveer gelijke geschiktheid voorrang voor wie zich in de bezettingstijd kloek hebben gedragen.

Berechting van landverraders, collaborateurs, maar met handhaving van goede rechtsbeginselen. Uit dit oogpunt gaat de mogelijkheid, dat de tribunalen iemand, op grond van vaag omschreven misdragingen, zonder mogelijkheid van hoger beroep, veroordelen tot 10 jaar opsluiting in een kamp, te ver.

Afschaffing, zo snel mogelijk, van de Duitse wetgeving, voorzover nodig met vervanging door Nederlandse maatregelen.

Instelling van een Staatscommissie tot voorbereiding ener Grondwetsherziening.

De Regering, die aanvankelijk ruime machtigingen zal moeten ontvangen, zal, met het oog op de omvang van de te vervullen taak en de noodzakelijkheid van snel handelen, ook duurzaam over groter bevoegdheden moeten beschikken dan vroeger gebruikelijk was. Echter blijve het gehele beleid staan onder contrôle van het Parlement en blijve het constitutionele gebruik gelden, dat geen kabinet aanblijft, wanneer de volksvertegenwoordiging het haar vertrouwen onthoudt.

De volksvertegenwoordiging bestaat uit één Kamer.

De werkwijze van het Parlement wordt grondig herzien.

De evenredige vertegenwoordiging blijve gehandhaafd, echter gecorrigeerd door maatregelen ter versterking van de band

[p. 63]

tussen kiezers en gekozenen en tot het tegengaan van te ver doorgevoerde partijsplitsing.

Afschaffing van de stemplicht.

Inschakeling van organen van het maatschappelijk leven, in het bijzonder die van het bedrijf en beroep, maar ook op cultureel gebied, zowel adviserend als met verordenende bevoegdheid. Zij dienen gesubordineerd te zijn aan Regering en volksvertegenwoordiging, maar kunnen deze in ruime mate ontlasten en op eigen terrein belangrijk werk verrichten.

Indonesië

Overeenkomstig de gedurende de oorlog gedane toezeggingen zal de verhouding tussen Nederland en Indonesië, als beide bevrijd zijn, een principiële verandering dienen te ondergaan. Op de in uitzicht gestelde Rijksconferentie van Nederland, Indonesië, Suriname en Curaçao, zal in overleg op voet van gelijkheid zijn te streven naar een oplossing, waarbij de erkenning van de zelfstandigheid en gelijkwaardigheid van de over-zeese gebieden gepaard gaat met het vrijwillig bestendigen van een onderlinge band.

Tegenover overkoepeling van de verschillende gebiedsdelen door een ‘Rijksregering’ en een ‘Rijksraad’ boven de Regeringen en parlementen der gebiedsdelen is echter waakzaamheid geboden, omdat daarin een groot gevaar kan liggen, zowel voor een vlotte en democratische werking van onze instellingen als voor een werkelijke zelfstandigheid van Indonesië.

Naarmate Indonesië bevrijd wordt, dienen, in afwachting van de te houden conferentie, zoveel mogelijk ook Indonesiërs op verantwoordelijke bestuursposten te worden gebracht.

Financiën

Wil Nederland de ontzaggelijke financiële lasten, die uit de oorlog voortvloeien, kunnen dragen, armslag verkrijgen voor een goede sociale en culturele politiek, en tevens verhinderen, dat de ontzaggelijk toegenomen bankbiljetten-circulatie blij-

[p. 64]

vend tot grote prijsopdrijving leidt, dan zullen dadelijk ingrijpende maatregelen moeten worden genomen.

Teneinde de hoogte van de vermogens en van de behaalde oorlogswinst vast te stellen, beslag te kunnen leggen op de eigendommen van Duitsers, landverraders, profiteurs en geroofd geld, dat naar het buitenland is meegenomen, waardeloos te maken, zal het nodig zijn alle bankbiljetten, effecten enz. ter inwisseling of afstempeling te doen inleveren.

Opheffing is geboden van het bankgeheim en van alle belemmeringen ten aanzien van het nauwkeurig vaststellen van vermogens en inkomens.

Op de financiële noodmaatregelen moet volgen beperking van de geldcirculatie door vastlegging van een groot deel van de zwevende koopkracht.

Belasting tot een zeer hoog percentage van al wat iemand door de oorlog heeft gewonnen.

Verder een ingrijpende vermogensheffing. (Het treffen alleen van de in de oorlog verworven vermogensvermeerdering zal in de verste verte niet genoeg opbrengen. Bovendien zou het in hoge mate onbillijk zijn wel kleine, in deze jaren verkregen vermogens, grotendeels op te eisen, maar zeer grote, reeds vroeger bestaande vermogens onaangetast te laten.) .

Maatregelen tegen kapitaalvlucht.

Herziening van het onder de bezetting ingevoerde belasting-systeem.

Handhaving van een sterke belasting van de winsten der ondernemingen, echter met inachtneming van de noodzakelijkheid van herstel en verdere ontwikkeling van het bedrijfsleven.

Handhaving ook van de gedachte van belasting zoveel mogelijk aan de bron en van sterk progressieve inkomstenbelasting.

Verschil in tarief naar de aard van de inkomstenbron.

Sterke beperking van het erfrecht.

Vorming uit successierechten en eventueel Staatserfrecht

[p. 65]

van een socialisatiefonds of van een fonds voor andere kapitaal-doeleinden.

Waar schade is geleden door oorlogshandelingen, zal in vele gevallen onmiddellijk tegemoetkoming zijn te verlenen. Definitieve regelingen inzake schadevergoedingen kunnen echter pas worden getroffen, nadat een globaal overzicht is verkregen van de totale schade en de financiële positie van het land. Niet alles zal kunnen worden vergoed, maar zoveel mogelijk zal naar objectieve maatstaven moeten worden gehandeld. Voorop moet staan vergoeding aan wie getroffen zijn wegens hun principiële houding tegenover de bezetter.

De financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten moet zo worden geregeld, dat de gemeenten weer redelijke vrijheid van beweging verkrijgen. Dit wordt beter bereikbaar als zij geen werkloosheidsuitgaven meer hebben te dragen en als de uitgaven voor armenzorg door een veel ruimer sociale verzekering kunnen teruglopen. Voorwaarde is natuurlijk ook, dat ernstige oorlogsschade niet blijft voor rekening van de gemeenten.

De grond, in verband met oorlogschade onteigend in gemeenten, waar het gaat niet om afzonderlijke huizen, maar om gehele wijken, dient, voorzover het het centrum betreft, gemeente-eigendom te zijn en te blijven (met voorkeur voor bebouwing aan wie er een woning of bedrijf hadden).

Economisch

Bij het herstel en de wederopbouw, die ons land omhoog moeten werken uit de diepe armoede, waarin het door de oorlog gestort is, zullen stelselmatige leiding van het economische leven, doeltreffende organisatie en toegewijde arbeid noodzakelijk zijn.

Zij zullen niet alleen vroegere welvaart moeten doen herleven, maar de welvaart groter en gelijkmatiger verdeeld doen zijn, bestaanszekerheid scheppen en allen volle arbeidsgelegenheid bieden.

[p. 66]

Algemeen economisch plan

Zo spoedig mogelijk zal een algemeen economisch plan moeten worden opgemaakt, dat de wederopbouw omvat en de richtlijnen daarvoor aangeeft, maar zich niet tot de wederopbouw in technische zin beperkt.

Wat dit plan concreet moet bevatten, is slechts ten volle te overzien, als wij straks zullen weten hoe Nederland er bij de bevrijding voor staat.

Nodig zal in elk geval zijn, vooral in de eerste tijd, centrale beheersing van in- en uitvoer en van de beslissingen over credieten, toewijzing van grondstoffen, machines enz., opdat zij in de eerste plaats ten goede komen aan bedrijven, die in de meest dringende volksbehoeften voorzien en de beste werkgelegenheid bieden.

Daarnaast zal er moeten zijn beheersing van prijzen, winsten, rente, huren, pachten en lonen.

Overigens zal bij prijsbeheersing op den duur meer gedacht moeten worden aan begrenzing van de geldcirculatie en aan zorg voor voldoende productie, dan aan bemoeiing met de prijzen van alle artikelen.

Het algemeen plan zal uitgangspunt moeten zijn voor een economische omvorming, die zo wordt aangepakt, dat allen gevoelen, dat een grote vernieuwing tot stand komt, al zal de volle verwerkelijking slechts geleidelijk kunnen plaats hebben. Wij zullen moeten trachten de leiding van het economisch leven, die onvermijdelijk is, maar die meer dan één richting uit kan gaan, te doordringen van een socialistische geest en in haar consequenties tot socialisme door te zetten.

Bedrijfsorganisatie

Binnen het kader van het algemene economische plan is nodig de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, waarin naast vertegenwoordigers van de ondernemers en van de arbeidersorganisaties een sterke vertegenwoordiging van het algemeen belang worde opgenomen, o.a. door benoeming van de voorzitter

[p. 67]

door de Regering, opdat gewaarborgd zij inschakeling in het algemeen verband van wat anders grotendeels belangenorganisatie zou kunnen worden. De bedrijfsorganisaties zullen o.a. tot taak moeten hebben de bedrijfstak als één geheel zo doeltreffend mogelijk op de behoeften en op het verzekeren van ruime en vaste arbeidsgelegenheid te richten.

Bij plaatselijke verzorgingsbedrijven (b.v. bakkerij, melkvoorziening, bouwbedrijf, brandstoffenhandel), waarbij vooral wat de laatste drie betreft natuurlijk ook een landelijke regeling nodig is, zullen de gemeenten sterke invloed moeten kunnen uitoefenen in het belang van een rationele behoeftevoorziening.

Verband zal zijn te leggen tussen de behandeling van economische en sociale kwesties.

Een Sociaal-Economische Raad overkoepele de bedrijfsorganisaties.

Verhouding tussen socialisatie en bedrijfsorganisatie

(Zie hierover verder: ‘Ordening en Socialisatie’, uitgave ‘Vrije Gedachten’).

Gemeenschapsbedrijven zijn nodig op die punten, die in belangrijke mate het economisch leven beheersen of waar bij handhaving van het particuliere bedrijf een groot financieel overwicht in de maatschappij komt te liggen (de circulatie-bank; op den duur een belangrijk deel van het bank-, credieten verzekeringsbedrijf; de energie-voorziening; het te centraliseren deel van het vervoerbedrijf; de grote monopolistische bedrijven, de zeer grote industriële bedrijven e.d.).

Het particuliere bedrijf worde gehandhaafd (met bedrijfsorganisatie en binnen het raam van het algemene economische plan) waar klein- en middenbedrijf nog een doeltreffende voorziening vormen en door algemene regelingen beschut, de werkers - zelfstandigen zowel als loonarbeiders - een behoorlijk bestaan kunnen bieden.

[p. 68]

Bij wat daartussen ligt worde beoordeeld, op grond van practijk, ervaring, bijzondere omstandigheden - ook van machtsverhoudingen - in hoeverre en hoe tot socialisatie moet worden overgegaan dan wel met een op het algemeen belang gerichte, sterk ingrijpende bedrijfsorganisatie kan worden volstaan.

De grond worde gemeenschapseigendom, in de eerste plaats de grond, nodig voor gemeentelijke uitbreiding om bebouwde kommen en de agrarische grond, die niet door de eigenaar zelf wordt gebruikt. Aan de grondgebruiker is, zolang hij de grond goed bewerkt, een vast gebruiksrecht toe te kennen, niet minder waarborgen biedend dan de eigendom, méér waarborgen zelfs dan met hypotheek bezwaarde eigendom.

Landbouw, veeteelt, tuinbouw

Krachtige bevordering van de agrarische productie, allereerst ter voorziening in de voedselbehoeften van ons volk. Vaststelling van prijzen, die - als verhinderd wordt, dat de voordelen toevallen aan de grondeigenaars - de bewerkers van de bodem, boeren zowel als de arbeiders, een behoorlijk bestaan waarborgen. Dit sluit echter niet in het bepalen van prijzen, die ook een bedrijf van te geringe omvang, op slechte grond of onvoldoende bewerkt, rendabel zouden maken, waardoor aan andere bedrijven abnormale winsten zouden worden verzekerd. Voor te kleine of ongunstige bedrijven moet een oplossing worden gezocht op andere wijze dan door de prijzen.

Getracht worde door langlopende overeenkomsten met andere landen een vaster grondslag te geven aan de voor export werkende agrarische bedrijven. Eerst als meer bekend is omtrent de exportmogelijkheden, is een productieplan op lange termijn mogelijk.

Woningbouw en bouwbedrijf

Woningbouw op grote schaal op de grondslag van een tienjarenplan, dat een voorlopige omlijning geeft van de verdeling over de jaren, de gemeenten, de soorten van woningen,

[p. 69]

maar dat voor wijziging vatbaar moet zijn op grond van wisselende omstandigheden en opgedane ervaringen.

In aansluiting aan de toewijzing van grondstoffen kan ordening van het bouwbedrijf worden bevorderd en tevens vastheid gegeven aan materialen leverende bedrijven als de steen-fabrieken, de houtindustrie, enz.

De bouw en exploitatie van volkswoningen worde niet opnieuw object van speculatie en winstbejag, maar kome in handen van verenigingen en gemeenten.

Zolang er woningnood is, zal distributie van woonruimte mogelijk moeten blijven.

Het nationale plan voor ruimtelijke ordening

De werkzaamheden van de Dienst voor het Nationale Plan, die tot taak heeft in grote lijnen een ruimtelijke ordening voor het land te verzorgen (zoals een uitbreidingsplan voor een gemeente geeft) zal, in coördinatie met de wederopbouwplannen, krachtig zijn voort te zetten. Daarbij zal aan herstel van bebossingen en natuurschoon grote aandacht zijn te geven.

Nieuw overwegen

Bij heel de wederopbouw zal moeten gelden, dat niet eenvoudig hersteld wordt wat er was, maar dat overwogen wordt wat voor de toekomst het meest doelmatig is te achten. Dit is als vanzelfsprekend aanvaard b.v. ten aanzien van het plan voor het centrum van Rotterdam.

Het zal ook moeten gelden voor haveninstallaties; voor de vraag of fabrieken herbouwd zullen worden en waar en hoe; evenzeer voor de verkaveling van overstroomd land, voor bepaling van aantal en plaats van nieuwe boerderijen als oude onherstelbaar verwoest zijn.

Daarbij zal de omstandigheid, dat het herstel van het bedrijfsleven slechts mogelijk zal zijn met krachtdadige hulp en leiding van de overheid en waarschijnlijk voor een groot deel

[p. 70]

met gemeenschapsgeld zal moeten worden gefinanciëerd, een reden te meer zijn om ook blijvend de verhouding tussen gemeenschap en bedrijfsleven een andere te doen worden.

Bij het economisch plan moet er naar gestreefd worden heel het bedrijfsleven zo rationeel mogelijk in te richten en in het bijzonder te zorgen, dat crediet, vervoer en energie goedkoop beschikbaar zijn, opdat op den duur een hoog levenspeil verenigbaar zij met een kostenpeil, dat in de internationale verhoudingen geen bezwaar oplevert.

Sociaal

Tot de belangrijkste sociale doeleinden moeten worden gerekend: waarborgen van werkgelegenheid en bestaanszekerheid; verbetering van de arbeidsvoorwaarden, die beslissend zijn voor het levenspeil van de grote massa; in verband daarmee terugdringen van het inkomen uit en de invloed van het kapitaal; verbetering ook in ander opzicht van de verhoudingen binnen het bedrijf zowel als in de maatschappij; mede daardoor vergroting van de arbeidsvreugde.

(Op dit alles dient natuurlijk ook het economisch plan gericht te zijn.)

Werkgelegenheid

Voor werkgelegenheid moet gezorgd worden in de eerste plaats in het normale bedrijf.

Degenen, die uit het buitenland terugkeren of ondergedoken waren, dienen in hun oude functies te werk te worden gesteld. Voorlopig handhaving van het ontslagverbod, behoudens toe te stane uitzonderingen, ook later ontslagmogelijkheid aan regelen te binden. Is arbeid in het normale bedrijf aanvankelijk niet beschikbaar, dan plaatsing bij openbare werken van opruiming, herstel, verbetering enz. onder normale arbeidsvoorwaarden en zoveel mogelijk in eigen woonplaats of de omgeving.

Is tijdelijk noch plaatsing in normaal bedrijf, noch tewerk-

[p. 71]

stelling mogelijk, dan een wachtgeldregeling of werkloosheidsuitkering tot een belangrijk percentage van het loon.

Arbeidstijd

Wederinvoering van normale werk- en rusttijden. Dit zal in het algemeen betekenen een arbeidsduur van 48 uur per week. Vermindering op den duur tot 40 uur (b.v. 5 werkdagen van 8 uur) ligt in de lijn der ontwikkeling en is in afzienbare tijd in verschillende bedrijven mogelijk te achten, maar voor het ogenblik moet de noodzakelijkheid van opvoering der productie in het belang van het gehele volk, ook van de arbeiders en hun gezinnen, voorgaan. Indien in een bedrijfstak wegens gebrek aan grondstoffen, drijfkracht enz. niet vol gewerkt kan worden - wat tijdelijk vaak het geval zal wezen - zal het echter wenselijk zijn het werk over zoveel mogelijk arbeiders te verdelen door een verkorte arbeidstijd. Waar anderzijds tengevolge van verwoesting en roof, verhoging van productie geremd wordt door gebrek aan fabrieksruimte en machines in verhouding tot het aantal beschikbare arbeiders en tot de verkrijgbare grondstoffen, kan het, gegeven het grote tekort aan velerlei goederen, en mede in belang van de werkgelegenheid, in bepaalde bedrijven geboden zijn een ploegenstelsel te aanvaarden.

Wettelijke vacantieregeling.

Lonen

Loonregeling in overleg tussen werkgevers- en arbeidersorganisaties, onder toezicht van en eventueel met beslissing vanwege de Overheid. De noodzakelijke stijging der lonen (in vergelijking met de vroegere regelingen; niet altijd met de abnormale lonen, die bij Weermachtswerken e.d. werden betaald) zal verband moeten houden met het tempo, waarin gebruiksgoederen ter beschikking komen. Een minimum levensstandaard moet worden gewaarborgd, terwijl aangestuurd moet worden op een betere verhouding tussen de beloning der ver-

[p. 72]

schillende categorieën dan vroeger (landarbeiders b.v. in verhouding tot vele andere groepen, zoals ook de arbeidstijd der landarbeiders dichter bij die der andere arbeiders moet komen te liggen).

Andere verhoudingen

Bij openbarezowel als particuliere ondernemingen andere verhoudingen binnen de bedrijven dan tot nu toe golden.

Ondernemingsraden

Een betrekken van de werkers van hoog tot laag bij het bedrijf op een wijze, die hen doet gevoelen, dat met hen, met hun rechten, belangen en gevoelens, rekening wordt gehouden, maar dat zij dan ook medeverantwoordelijk zijn en dat een goede vervulling van hun taak een maatschappelijke plicht is. O.a. in bedrijven van enige omvang invoering van ondernemingsraden voor georganiseerd overleg tussen de ondernemer en vertegenwoordigers van het personeel.

Uitbreiding sociale voorzieningen

Uitbreiding van de sociale verzekeringen en van de sociale voorzieningen, opdat bestaansmogelijkheid gewaarborgd is bij het ontbreken van gelegenheid tot arbeiden (bij werkloosheid, b.v. door seizoenoorzaken en nooit geheel te vermijden schommelingen; bij ziekte, invaliditeit en ouderdom veel afdoender dan thans) niet alleen aan loonarbeiders, maar ook aan zelfstandigen die daaraan behoefte hebben. Regelingen dus in de geest van het Plan-Beveridge, al zal de methode hier anders kunnen zijn, in aansluiting aan wat reeds bestaat. Inzonderheid verbetering van de ouderdomszorg is urgent. Daarbij zullen bedrijfsverantwoordelijkheid en staatspensioen zijn te combineren.

Gezondheidszorg

Aan een vervolmaking van de gezondheidszorg zal bijzondere

[p. 73]

aandacht zijn te besteden, nu de oorlogsgevolgen, in het bijzonder in verband met de ondervoeding, aan de lichamelijke toestand en het weerstandsvermogen van een groot deel van ons volk, waaronder talloze kinderen, ernstige schade hebben toegebracht.

Buitenlandse politiek

Medewerking is te verlenen aan een internationale organisatie tot handhaving van recht, veiligheid en vrede en tot bevordering van economische- en sociale samenwerking, waarbij aanvaard wordt dat de grote wereldmachten een bijzondere positie innemen, mits ook de rechten der andere mogendheden afdoende verzekerd zijn.

Daarnaast moet Nederland bereid zijn tot nauwer samengaan van de Westeuropese landen, met het Britse Rijk en tot aanvaarding van de reeds voorlopig gesloten valuta-overeenkomst en het tolverbond met België en Luxemburg. Echter moet ook worden aangestuurd op groter economische- en sociale eenheid van een zo groot mogelijk deel van Europa, dat bij voortbestaan der verbrokkeling zijn plaats in de wereld bezwaarlijk zal kunnen handhaven.

Nederland zal zich wel bij voorkeur naar het Westen richten, maar zal altijd economisch sterk de invloed ondervinden van de gang van zaken in Midden-Europa.

De Staten moeten bereid zijn een stijgend deel van hun souvereiniteit prijs te geven, opdat het beter mogelijk wordt internationale regelingen te treffen op de gebieden, waar dat door de groeiende samenhang in Europa en in de wereld noodzakelijk wordt. Daarbij dient de nationale zelfstandigheid te worden geëerbiedigd, vooral op die gebieden, waar geestelijke opvattingen meespreken.

Annexatie van Duits grondgebied is af te wijzen. Met kracht moet worden gepoogd op andere wijze althans gedeeltelijke schadevergoeding te verkrijgen en in elk geval alles wat hier geroofd is en nog achterhaald kan worden terug te vorderen.

[p. 74]

Defensie en ordehandhaving

Krachtige deelneming aan de verdere strijd tegen Duitsland en Japan, eventueel aan bezetting van Duitsland.

Later regeling van de defensie in overeenstemming met de verplichtingen, die zullen voortvloeien uit het toetreden tot de internationale wereldorganisatie en eventueel tot nauwere aaneensluitingen binnen het kader daarvan.

De gedachten van zelfstandigheidspolitiek, van neutraliteit, van verdediging, los van afspraken met anderen, maar ook van afzonderlijke ontwapening hebben haar zin verloren. Tot het dragen van lasten voor het waarborgen der collectieve veiligheid moet Nederland bereid zijn.

Snel en afdoend regelen de zorg voor slachtoffers van de strijd (ook van het verzet) of voor hun nabestaanden.

Op den duur geen gewapende corpsen buiten leger en politie.

Nederlandse binnenlandse strijdkrachten dienen dus na het beëindigen van hun taak bij het verzet, bij de strijd en bij de handhaving der orde in de overgangstijd, niet als afzonderlijke groep te worden gehandhaafd. Geschikte krachten moeten recht hebben, als zij het wensen, op een plaats in overeenstemming met hun capaciteiten bij leger of politie.

Burgerwachten en Bijzondere Vrijwillige Landstorm niet weer in het leven roepen.

Is hulppolitie nodig, dan worden vrijwilligers tijdelijk in het politieverband ingeschakeld.

Onderwijs, kunsten en wetenschappen

Voorop sta herstel van de ernstige schade, tijdens de bezetting aan het onderwijs toegebracht. Bij hoger en middelbaar onderwijs moet aan de gedupeerde studenten en leerlingen het voltooien van hun studie zo gemakkelijk worden gemaakt als met karakter en doel van het onderwijs verenigbaar is. Alle medewerking moet worden verleend om het aantal van hen, die als gevolg van de bezettingstijd hun studie opgeven, zo gering

[p. 75]

mogelijk te doen zijn. Herziening van ons onderwijsstelsel, teneinde o.a. betere onderlinge aansluiting, meer contact met het practische leven en enerzijds vereenvoudiging, anderzijds verdieping te verkrijgen, zal aan de orde zijn te stellen.

Alle onderwijs moet bereikbaar zijn voor wie er door hun aanleg de geschiktheid voor hebben.

Geen principiële wijziging in de verhouding tussen openbaar en bijzonder onderwijs. Opnieuw in studie doen nemen, in hoeverre practische verbeteringen kunnen worden gebracht in de regelingen.

Waken tegen te grote klassen, onderwijzers beter salariëren. Krachtige bevordering van het nijverheidsonderwijs, waarbij ook de bedrijfsorganisaties een taak zullen hebben.

Meer zorg voor de schoolvrije jeugd en voor de ontwikkeling van volwassenen.

Meer steun aan kunsten en wetenschappen, waarvan de ontwikkeling overigens door de Staat vrij worde gelaten, en in het algemeen meer aandacht voor de betekenis van de culturele waarden.

prepostterug  begin  verder