terug  begin  verderprepost
[p. 154]

Nederland en Indonesië

Na de Ronde-Tafelconferentie, de souvereiniteitsoverdracht en het tot stand komen van de Nederlands-Indonesische Unie heeft Drees voor de Wereldomroep een radio-toespraak gehouden op de Oudejaarsdag van 1949.

 

Nederlanders, waar ook ter wereld,

Enkele dagen geleden heeft onze grote dichteres Henriëtte Roland Holst haar 80e verjaardag gevierd. Dit brengt mij ertoe bij een terugblik op het jaar, dat achter ons ligt, en dat voor het Koninkrijk der Nederlanden van zo beslissende betekenis is geweest, bij een blik ook naar de toekomst, die ons wacht, te herinneren aan enkele schone strofen, die zij ongeveer een halve eeuw geleden schreef over de tegenstelling tussen de grote gedachten, die de vlakten van Holland, de stranden, de zeeën eromheen, de wolkenstoeten kunnen oproepen en de kleine ruimte waarin alles zich in ons land afspeelt. Zij zegt:

 
De lijnen van uw land en van uw water
 
wekken in ons onpeilbare gedachten
 
verlengen zich tot eindeloos begeeren.
 
Onze oogen proeve' iets groots en daarvan gaat er
 
een trek van grootheid door ons geestes-trachten
 
en zijn wij thuis in grenzelooze sferen.
 
 
 
Maar streven wij naar stoffelijk vertalen
 
waar blijft de weidsche onbeperkte baan?
 
Op een eng veld dat nauwe grenze' ompalen
 
vindt elk geringe ruimte en klein bestaan.
[p. 155]
 
Eens woudt ge uzelf met forschen ruk bevrijden
 
-jong waart ge en jong-zijn kent berusting niet -
 
planken verbondt ge en dreeft op hen de wijde
 
zee in en zongt over wat'ren een lied
 
 
 
van ruimer leven; maar de greep der tijden
 
vatte en verbrijzelde uw plannen als riet:
 
van toen af Holland schrompelde uw gebied
 
en d'adem van grootheid week van uw zijde.

Vergis ik mij als ik onderstel, dat bij velen het gevoel leeft, dat niet vroeger maar nu het Nederlandse gebied is verschrompeld en de adem van grootheid van ons is geweken?

Vier jaar lang hebben wij de weg gezocht naar een nieuwe verhouding tot wat waren de Overzeese Gebiedsdelen van het Koninkrijk. Een moeilijke taak op zichzelf als gevolg van de uitwerking van oorlog en revolutie in Z.O. Azië, maar ontzaglijk verzwaard door de diepe gespletenheid in ons volk.

Thans is de beslissing gevallen maar nog is zij voor velen zwaar te verwerken, niet enkel voor wie zich in Indonesië zelf nog in gevaar voelen of onzeker zijn van hun toekomst, ook voor velen, bij wie vooral sterk is het gevoel, dat wij afstand doen van een grootse taak, door een klein land overzee verricht, een taak, waarop wij trots konden zijn en die het gebeuren voor ons land als een vernedering gevoelen.

Wat zich thans voltrekt is echter van een gans ander karakter dan vroeger het teloor gaan van mogelijkheden, die zich in de 17e eeuw schenen te openen. Dat Nieuw-Amsterdam New York is geworden, dat de vestiging in Brazilië werd opgegeven, dat de Kaapkolonie verloren ging, dat het Australische vasteland wel door Nederlanders werd ontdekt en Nieuw-Holland heeft geheten, maar niet door Nederlanders werd bevolkt, dat ook Nieuw-Zeeland New Zealand werd, het is in hoofdzaak het onvermijdelijk gevolg geweest van het feit, dat Nederland te klein was om te omvatten wat zijn zeevaarders ontdekten of wat tijdelijk door Nederlanders bezet werd. Maar dat bijna

[p. 156]

geen enkel gebied behouden werd, dat voor een grote Nederlandse volksplanting in aanmerking kon komen, dat is een werkelijk verlies geweest voor de Nederlandse stam.

Met Indonesië staat het anders.

Er zijn, welke critiek men ook met recht op het koloniale stelsel kan uitoefenen, ongetwijfeld grote dingen gedaan. Het in het algemeen doeltreffende bestuur deed de Archipel tot een eenheid groeien en schiep groter veiligheid en rechtszekerheid. De moderne wetenschap en de moderne hygiëne verbeterden de gezondheidstoestand en maakten tezamen met de economische ontwikkeling een sterke toeneming der bevolking mogelijk. Geleidelijk kwam ook het onderwijs tot ontplooiing.

Maar Indonesië kon nooit Nederlands heten of worden in andere zin dan dat Nederlanders als een bovenlaag leiding gaven in staat en maatschappij. Daarmede stond vast, dat het ogenblik moest komen, waarop in de bevolking, mede door ons eigen toedoen, de krachten zouden groeien, die zelf het bestuur in handen zouden willen nemen.

Het zou voor Nederland en Indonesië een geluk zijn geweest, indien de ontwikkeling in die richting zich voor de oorlog sneller en na de oorlog geleidelijker had voltrokken dan het geval is geweest. Dat na de oorlogsellende nog meer dan vier jaar van verwarring en strijd zijn gevolgd, is van een diepe tragiek. Maar als wij afstand nemen van het gebeuren en het zien als een stuk wereldgeschiedenis, als een deel van de omwenteling in de verhouding tussen Europa en Z.O. Azië, dan zullen wij er ons bewust van worden, dat het resultaat zo is, dat het grote beloften inhoudt en ruime mogelijkheden opent.

Het zal voor menig Nederlands militair, die enkele jaren van zijn jonge leven onder ontberingen en gevaren in Indonesië heeft doorgebracht, en die vele makkers heeft zien vallen, een moeilijk ogenblik zijn geweest toen het rood-wit-blauw door het rood-wit werd vervangen. Ik zou er onze mili-

[p. 157]

tairen van willen doordringen, dat toch wat van hen gevraagd werd, wat zij gegeven hebben, het hoogste offer ook, dat hun makkers hebben gebracht, niet zonder zin is geweest. Niemand kan sterker dan ik vervuld zijn van wat aan beide zijden geleden is, en toch is mijn overtuiging ongeschokt, dat het voor beide volkeren noodlottig zou zijn geweest, indien Nederland in 1945 zich eenvoudig uit Indonesië had teruggetrokken en het aan zijn lot had overgelaten.

Nederland zal in Indonesië waardevolle diensten kunnen bewijzen, die gaarne aanvaard zullen worden als de Nederlanders zich voelen als medewerkers. Voor Nederland zal het van grote betekenis zijn, dat voor een aantal van zijn beste krachten de mogelijkheid blijft bestaan in Indonesië hun energie te ontplooien en dat ook economische banden niet worden verbroken.

Daarnaast kan een geestelijke band tussen Oost en West grote betekenis houden.

Naast wat in de overeenkomsten der Ronde Tafel Conferentie werd vastgelegd is een verheugend symptoom de overeenstemming, die bereikt is tussen de Republiek der Verenigde Staten van Indonesië en de K.L.M. omtrent de exploitatie gedurende dertig jaar van de luchtlijnen tussen de Indonesische eilanden. Daaruit blijkt ook hoezeer onze toekomst afhangt van onze prestaties. Naast onze scheepvaart, die nog steeds op alle zeeën onze vlag hooghoudt, doet de ontwikkeling van onze luchtvaart over vrijwel de gehele wereld de Nederlandse naam met ere noemen. De luchtvaart, die ook voor een snel en innig contact tussen West en Oost van zo grote waarde is gebleken. Natuurlijk en met recht verlangen de Indonesiërs zelf ook in deze arbeid te worden geschoold en daarin mede leiding te kunnen geven. Maar hun samenwerking met de K.L.M. is een eerste aanwijzing, dat, wanneer Jan Compagnie uit Nederlands Oost-Indië verdwijnt, hij in Indonesië niet door Jan Salie maar door Jan Kordaat wordt vervangen.

[p. 158]

En aan al degenen, die Nederlanders zijn en zich Nederlanders gevoelen, ook al heeft hun wieg niet gestaan in de Lage Landen aan de zee, moge ik verzekeren, dat wij ons met hen ook in de toekomst ten nauwste verbonden gevoelen. Ik vertrouw, dat de verkregen samenwerking ook aan hen ten goede zal komen.

Van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden blijven deel uitmaken Suriname en de Antillen. Gelukkig is dit jaar, ondanks gerezen moeilijkheden, een verdere stap gezet op de weg naar een zelfstandig bestuur. Ik ben overtuigd, dat ook voor de gemeenschappelijke behandeling der rijksaangelegenheden goede vormen zullen worden gevonden in overleg met de Rijksgenoten in de West. Het bezoek, dat Z.K.H. Prins Bernhard dezer dagen gaat brengen, zal zeker ten goede komen aan het nauwer aanhalen van de banden, die wij allen in ere willen houden.

Mijn gedachten gaan verder uit naar alle Nederlanders, die buiten onze grenzen vertoeven. Deze groeien snel in aantal. Onze bevolkingsaanwas blijft groeien, mede doordat onze sterftecijfers zo verblijdend klein zijn en, naar wel is gezegd, een record te zien geven voor alle tijden en alle landen. Ondanks onze grote bevolkingsdichtheid zijn wij er tot nog toe in geslaagd een ruime werkgelegenheid te handhaven en een redelijke voedselvoorziening te waarborgen, maar die taak wordt verlicht wanneer een deel van ons volk, zoals het ook deed in vroeger eeuwen, het aandurft zijn toekomst te zoeken in groter gebieden, waar op den duur ook ruimer armslag te vinden zal zijn. Gij, die in Canada, in Zuid-Afrika, in Australië of andere landen een nieuwe toekomst opbouwt, ik wens U van harte toe, dat Uw durf en Uw arbeid met het welverdiende succes zullen worden bekroond. Gij zijt pioniers, die ons land een goede naam bezorgt, want telkens vernemen wij weer, dat de Nederlandse emigranten in het algemeen zeer worden gewaardeerd. En ook gij, die in het buitenland slechts tijdelijk een werkkring hebt gezocht, gij toont, dat het Neder-

[p. 159]

landse volk zich niet beperkt tot een eng veld, dat nauwe grenzen ompalen!

Indien Nederland al klein is, in zijn beperkt gebied wordt hard en met vrucht gewerkt, en van dat gebied gaan naar alle kanten de verbindingen over de wereld, die tonen, dat een klein volk grote dingen kan doen. Namens het Moederland wens ik U allen zegen in het komende jaar!

Moge dat jaar ook ons dichter brengen bij vrede en vrijheid in de wereld!

prepostterug  begin  verder