terug  begin  verderprepost
[p. 167]

Stakingen

Toen de E.V.C. nog de macht had stakingen uit te lokken, met het doel het prijs- en loonbeleid van de Regering te doorkruisen, heeft Drees op 19 Augustus 1950 voor de radio over beide zenders een ernstig en verhelderend woord gesproken.

 

Voordat ik spreek over de in gang zijnde stakingen schijnt het mij goed iets te zeggen over de omstandigheden, die hebben bevorderd, dat in tegenstelling met menig ander land, stakingen van enige betekenis hier de laatste jaren slechts zelden zijn voorgekomen.

Nederland wordt in het buitenland veelal benijd om de wijze, waarop na de oorlog de sociale ontwikkeling zich heeft voltrokken. Het reeds tijdens de bezetting gevoerde overleg tussen werkgevers- en werknemersorganisaties en namens deze beide met Vertrouwensmannen van de Regering in Londen over de wijze waarop na de bevrijding arbeidsvraagstukken zouden worden behandeld, heeft vruchten gedragen. Uitgegaan werd van de noodzakelijkheid nieuwe methoden van overleg en regeling toe te passen om enerzijds groter waarborgen voor de arbeiders te scheppen, anderzijds in het belang van heel ons volk in ons verarmde land de productie snel op gang te brengen, geregeld voort te zetten en zo snel mogelijk op te voeren. Ondanks onvermijdelijke meningsverschillen en tegenstellingen, ondanks de onvolkomenheid, die aan dit als aan elk mensenwerk verbonden is, heeft het overleg in en met de Stichting van de Arbeid gewerkt op een wijze, waarvan, naar ik meen, de resultaten op menig gebied gezien mogen worden.

Tegenover de aanvallen, die zo vaak op dit beleid worden

[p. 168]

gericht, moge ik nog eens enige van die resultaten, ook uit de begintijd, in herinnering brengen. Het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen gaf teruggekeerde arbeiders recht op herplaatsing, en bood ook in de latere jaren waarborgen tegen lichtvaardig ontslag. De werklozensteun werd vervangen door een overbruggingsregeling op veel betere grondslag, die straks weer zal worden vervangen door een meer waarborgen gevende werkloosheidsverzekering. De werkloosheid zelf werd zoveel mogelijk teruggedrongen, de ouderdomszorg werd verruimd, terwijl ook menig onderdeel van de sociale verzekering werd verbeterd. Dit zijn maar enkele grepen uit wat in overleg met de Stichting van de Arbeid tot stand kwam.

Wat de arbeidsvoorwaarden betreft moest de staat een grote mate van verantwoordelijkheid aanvaarden voor de regelingen ook in het particuliere bedrijf. Waar het herstel de inzet van alle krachten eiste, moest een beslissing door strijd zoveel mogelijk voorkomen worden. Zonder stakingen te verbieden moest de overtuiging worden gevestigd, dat de nood van het volk thans andere wegen wenselijk maakte. Het College van Rijksbemiddelaars werd belast met de beslissing over arbeidsvoorwaarden, echter in het nauwste overleg met werkgevers- en arbeidersorganisaties en zo nodig naar door de regering te geven richtlijnen.

Ik zie dit niet als een blijvende regeling. Een zo grote bevoegdheid van de centrale overheid, niet enkel ten aanzien van een algemeen loonpeil, maar ook ten opzichte van allerlei verhoudingen in en tussen de bedrijven, heeft ook bezwaren. Op den duur zullen de beslissingen weer veel meer in het bedrijfsleven zelf moeten vallen. De ontwikkeling der bedrijfsorganisatie kan dat bevorderen. Voor het ogenblik echter kunnen de bestaande bevoegdheden nog niet worden gemist.

Het spreekt vanzelf, dat de genomen beslissingen niet altijd populair zijn, dat er klachten blijven, zowel over die beslissingen, als over de tijd, die daarvoor soms nodig blijkt. Het is echter gelukt om een inflatie tegen te gaan, zoals zich heeft

[p. 169]

voorgedaan in andere landen, waar veel sterker dan in ons land lonen en prijzen met sprongen omhoog gingen, en de positie van het land moeilijker werd zonder dat het lot van de arbeiders verbeterde. Daarnaast heeft zich ook sterk afgetekend de positieve waarde van de mogelijkheid om door een systematische regeling van de arbeidsvoorwaarden en een geordende loonopbouw groter sociale rechtvaardigheid te betrachten dan enkel door strijd verkregen kon worden.

Reële verhoging is verkregen voor de vroeger laagst betaalden. In bedrijfstakken, waar tevoren overeenkomsten van algemene strekking niet waren te bereiken, zijn thans collectieve contracten bindend verklaard of op andere wijze regelingen vastgesteld. Langs deze weg zijn niet alleen de lonen beinvloed, maar is vrijwel over de gehele linie voor de arbeiders een vacantieregeling verkregen. Verruiming van de kinderbijslag maakte de gezinszorg wat lichter. De productie heeft geregeld voortgang gehad en is belangrijk gestegen. Dit is van grote betekenis geweest, zowel voor een ruimere voorziening van ons volk als voor de zekerheid van bestaan der arbeidersgezinnen.

Dit alles neemt niet weg, dat de spanningen groot zijn gebleven en de laatste tijd weer zijn toegenomen. Spanningen zowel tussen lonen en prijzen als ook tussen lonen en winsten, waarvan de grootte terecht aanstoot geeft in die gevallen, waarin het duidelijk is, dat de prijzen van belangrijke gebruiksartikelen lager zouden kunnen worden gesteld. Het omlaag brengen van de prijzen is in dit geval de beste methode, omdat dat ook ten goede komt aan degenen, die niet meer actief in het bedrijfsleven werkzaam zijn. Allereerst de trekkers van kleine vaste inkomsten, van sociale renten, van lijfrenten en levensverzekeringsuitkeringen, pensioenen e.d., groepen, die het meest onder de wielen dreigen te raken. Een groot deel van de winsten wordt overigens opgeëist door de staat en komt in belangrijke mate ten goede aan de sociale maatregelen ten behoeve van het gehele volk.

[p. 170]

Voor zover het niet mogelijk blijkt, mede tengevolge van de ontwikkeling op de wereldmarkt, stijging der prijzen te voorkomen, dringt zich de noodzakelijkheid op de regeling van lonen en andere dergelijke inkomsten opnieuw in overweging te nemen. Dat dient echter te geschieden en zal ook geschieden langs dezelfde weg, die tot nog toe is gevolgd.

Tegen de hier door mij geschetste achtergrond dient de poging te worden gezien, die thans van communistische zijde wordt gedaan om door een reeks van wilde stakingen de ontwikkeling te doorbreken, die aan die kant van het begin af met lede ogen is gezien. Reeds in 1945 en 1946, temidden van de grootste nood van ons volk, poogde de E.V.C., die zich voordeed als ‘algemeen’, maar waarvan spoedig duidelijk was, dat zij van communistisch maaksel was, de arbeid te doen onderbreken, zich niet bekommerend om de gevolgen voor de voedselvoorziening. Zij is echter met het hoofd tegen de muur gelopen. In latere jaren waren haar pogingen meestal geheel vergeefs.

Thans meent zij haar kans schoon te maken. Nu er het communisme in het algemeen veel aan gelegen is temidden van de wereldpolitieke spanningen de positie van de vrije volken in elk opzicht te verzwakken, tracht zij ook hier het economisch leven te ontwrichten. De reeds weer opgeheven taxistaking, de staking van bouwarbeiders en straatmakers in Amsterdam, de havenstakingen in Amsterdam en Rotterdam, de mislukte poging om de Amsterdamse tram stop te zetten, en wat zij verder tracht te ontketenen, het vormt alles onderdeel van één plan, waarbij geen middel wordt ontzien. Zogenaamd zijn het veelal ‘comité's van actie’, die de stakingen organiseren. In werkelijkheid gaan zij uit van de E.V.C., handelend naar voorschriften van de Communistische Partij. Zij ligt overal op de loer om te zien of er ook ergens grieven zijn, die voor haar doel kunnen worden geëxploiteerd. De E.V.C. weet, wat de stakers meestal niet beseffen, dat wezenlijke resultaten voor de arbeiders langs deze weg niet kunnen worden bereikt. Zij

[p. 171]

tracht echter een ogenblik te kiezen, waarop de normale vakverenigingen met werkgevers en overheid in overleg zijn over verbeteringen. Als die tot stand komen doet de E.V.C. het dan voorkomen alsof zij door haar actie zijn verkregen. Zo was het bij de taxi-chauffeurs, zo is het bij de straatmakers, zo staat het in het algemeen ten aanzien van de kwestie van lonen en prijzen, die reeds tussen de Stichting van de Arbeid en de regering opnieuw in behandeling was.

Het spreekt vanzelf, dat de meeste stakers wèl verbeteringen verwachten als gevolg van hun actie, voor zover zij althans niet, zoals zo vaak het geval is, tegen eigen wens worden meegesleurd door misplaatste vrees om te worden aangezien voor slechte kameraden of door bezorgdheid over de terreur, die op allerlei manieren wordt uitgeoefend, ook tegen hun gezinnen.

De regering zal doen wat zij kan om de schade, die de stakingen toebrengen aan ons economisch leven, te beperken. Zij zal echter niet afwijken van haar standpunt, dat de regeling van de arbeidsvoorwaarden wordt behandeld met de erkende vakverenigingen, die bereid zijn om, zoals professor Schermerhorn het indertijd noemde, ‘de regels van het spel te volgen’. Noch met de E.V.C., noch met z.g. comité's van actie, waarachter zij zich verschuilt, zal worden onderhandeld.

Of deze wilde stakingen een grote omvang aannemen of niet, of zij lang duren of kort, zal op de gedragslijn der regering geen invloed uitoefenen. Zij zal zich niet laten afdringen van de weg, waarlangs, naar haar overtuiging, de belangen van heel ons volk, ook van de arbeiders, het best worden gediend.

Een lange staking zal voor de arbeiders en hun gezinnen slechts groter schade betekenen. Zij zal ook daarna hun kans op werkloosheid vergroten. Zij zagen de tak af waarop zij zelf moeten zitten. Dat onze havens opbloeien was mede het gevolg van het feit, dat men er de laatste jaren met redelijke zekerheid op kon rekenen, dat schepen er regelmatig zouden worden gelost en geladen. Wordt het anders, dan zal de werk-

[p. 172]

gelegenheid in de havens en daarmede het lot der havenarbeiders er de nadelige gevolgen van ondervinden.

Hetzelfde geldt voor de bouwarbeiders. Blijft het bouwen in Amsterdam stagneren, dan zal het Rijk zich genoodzaakt zien bij de verdeling van het beschikbare materiaal en het geld voor de woningbouw, aan andere plaatsen toe te wijzen wat in Amsterdam toch niet tot zijn recht kan komen.

Voor zover het volstrekt noodzakelijk is, dat bepaalde werkzaamheden worden verricht, zal de regering zorgen, dat dat ook gebeurt. Zij vertrouwt echter, dat velen, als zij zich rustig bezinnen op de situatie, spoedig de arbeid zullen hervatten. Zij zullen daardoor een dienst bewijzen aan hun gezinnen, aan ons land, en tevens aan een gezonde ontwikkeling van de arbeidersbeweging. Tegen bedreigingen en terreur zullen zij met alle kracht worden beschermd.

Het is geen uiting van zwakheid of gemis aan durf, dat de grote erkende vakverenigingen thans in het algemeen langs andere weg dan door stakingen de belangen van hun leden trachten te dienen. In de dictatuurlanden, die de communisten ‘volksdemocratieën’ plegen te noemen, is elke staking een strafbare misdaad, die een arbeider onmiddellijk naar een concentratiekamp zou doen verdwijnen. In ons werkelijk democratisch land leggen de bonafide vakorganisaties zichzelf beperkingen op uit besef van verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid tegenover hun leden en tegenover ons volk, verantwoordelijkheid ook voor de economische kracht en de sociale stabiliteit van de vrije volken in het algemeen. In beheerste kracht hebben zij zich een invloed verworven, die ver uitgaat boven hetgeen vroeger door toen onvermijdelijke vormen van strijd kon worden bereikt.

Het overleg over hetgeen ons te doen staat in verband met de prijsontwikkeling van de laatste tijd en de invloed daarvan op de verhouding tussen kosten van levensonderhoud en lonen, was, zoals de drijvers naar staking maar al te goed wisten, in volle gang toen zij hun actie ontketenden. Dat over-

[p. 173]

leg zal worden voortgezet en tot een einde gebracht in de geest waarin het werd aangevangen, onverschillig welk stakingsgedruis daaromheen wordt verwekt.

Ik vertrouw, dat daarmede de ontwikkeling zal worden bestendigd, die ons land en ook onze arbeiders gedurende de laatste jaren ten goede is gekomen.

prepostterug  begin  verder