
15, 4. vermyfelen = myfelen = dobbelen, tuischen, - 17, 2. eene mijl buiten de stad; in ongewijde aarde.
Blyau en Tasseel. Volkskunde, Gent, X (1197-98), bl. 92, en Iepersch oud-lb., nr. 11, bl. 33, uit den mond des volks te Ieperen. Str. 13 bevat een herinnering aan ‘Het daghet in den Oosten’; zie dit laatste lied, tekst A, str. 5, en tekst B, str. 6 en 9. - Vgl. het lied ‘Als al de ekelen ripen’.
De melodie is oud en staat in verband met den kerkzang. De cis in den aanvang in plaats van c is een modern bijvoegsel.
Erk u. Böhme, Deutscher Liederhort, I, nr. 131a, bl. 451, aanverwante Duitsche tekst.