
6, 3. Zie 7, 1. ‘verleide schoen’. - 7, 2. en bijgev. - 8, 2. t.: koningin. - 8, 3. er bijgev. - 12, 3. er bijgev.
1, 1. Volgens Dr. Kalff, Het lied in de M.E. bl. 133, heeft in een ouderen tekst in plaats van ‘schachelaar’ het woord ‘scaker’ (roover) gestaan; zooveel te meer, daar er in de XVe eeuw een lied was dat aanving met dezen regel: ‘Het schaecte een goet schakerkijn’. Dr. Kalff meent daarin ons lied te hebben weergevonden, en inderdaad, in Hoffmann v.F.'s Niederl. geistl. Ldr., nr. 49, bl. 115, waar die versregel als stem wordt opgegeven voor het lied: ‘Och rijc here God, nu wacht op mi’, heeft dit laatste denzelfden strophenbouw als de hier besproken teksten A en B: 4 - a, 3
b, 4 - a, 3
b.
Snellaert, Oude en nieuwe liedjes, 1864, nr. 65, bl. 70, uit den mond des volks; aan den verzamelaar medegedeeld door de gezusters Loveling, te Nevele.
Met dien tekst staat in verband de lezing B, door Hoffmann v.F., Holländische Volksldr., 1833, bl. 164, overgenomen uit: Den Italiaenschen Quacksalver ('t Amsterdam 1708), bl. 69, opnieuw door hem uitgegeven in Niederländische Volksldr., 1856, nr. 11, bl. 46, en mede te vinden bij Willems, Oude Vl. ldr., nr. 70, bl. 177.-Over het lied van Mooi Aaltje, dat ten minsten tot de XVe eeuw behoort, en den aanverwanten Deenschen tekst, zie Dr. G. Kalff, Het lied in de M.E., bl. 131. - Tekst A en B geven in hoofdzaak hetzelfde verhaal terug. In tekst A, heet de koningsdochter Madel en wordt ze door den koningszoon zelf geschaakt, terwijl ze in tekst B Aale, Adeltje, Aaltje wordt, genoemd.
In Dr. Land's Luitboek van Thysius, nr. 63, vindt men de melodie van een lied ‘Wij willen niet meer van Aeltghen singhen’, als stem aangehaald in het Geusen lietboek van 1603 (zie Van Lummel, bl. 388) voor ‘Een nieu liedeken van den grooten slach in Vlaenderen’ (Slag bij Nieupoort, 1600), met aanvang ‘Wie wil hooren een nieu liet, // wat in Julius is geschiet’. - ‘Van mooi Aaltje zingen’, zegswijze aan het oude lied ontleend, beteekende vroeger, met toespeling op aal = bier: drinken, feestvieren (zie Woordenb. der Nederl. taal, op het woord Aal).
Snellaert, t.a.p., geeft alleen de melodie van de derde strophe als volgt:

waaruit de volgende scansie ontstaet:
in plaats van:
