Snellaert, Oude en nieuwe liedjes, Gent, 1864, nr. 64, bl. 69, opgeteekend door de gezusters Loveling, uit den mond des volks, te Nevele (Oost-Vlaanderen).
Naar tekst A, door ons hersteld. - Dr. Kalff, Het lied in de M.E., bl. 139-142, vermoedt, dat dit lied, waarvan verschillende min of meer aanverwante Duitsche teksten bestaan, - men vindt die o.a. in Böhme's Altd. Lb., bl. 180, en Erk u. Böhme's, Deutscher Liederhort, I, 387 vlg. - ons door de Duitsche liederen, die het overigens in uitvoerigheid en duidelijkheid winnen van den eenigen bestaanden Vlaamschen tekst, zal zijn bekend gemaakt, of door een Vlaamschen dichter in de XVIe eeuw of vroeger zal zijn bewerkt. De barbaarsche toestand van den koning, die met brandstichting dreigt indien een kind van elf jaar hem geweigerd wordt, toestand dien men overigens in de Duitsche teksten niet terugvindt, bewijst voor den hoogen ouderdom van de Vlaamsche lezing. Erk u. Böhme, bl. 404-6, duiden mede de aanverwante Zweedsche, Deensche en Engelsche bronnen aan en wijzen op het feit, hoe, omgekeerd, ook wel eens de minnaar sterft en de geliefde vrouw zich naar het lijk spoedt, zooals in eene Deensche ballade Folker-Lovmandsön (te vinden bij Nyerup, II, 253) en in de welbekende Fransehe ballade van ‘Jean Renaud’, o.a. te vinden in Tiersot's Hist. de la chanson pop. en France, 1889, bl. 14. Van dit laatste lied bestaat eene Waalsche lezing van Lise-Seraing, bij Luik (Wallonia, Luik, 1893, I, 22), die, meer nog dan de Fransche lezing, trekken met het lied van ‘Die coninghinne van elf jaren’ gemeen heeft. De koning Jean Reynaud komt stervende van den oorlog thuis en geeft weldra den geest. Zijne moeder tracht het ongeluk voor hare schoondochter te verbergen, doch deze, door het veld gaande, verneemt uit den mond van een herder, dat de koning gestorven is:
Naar de insgelijks uit den mond des volks te Nevele opgeteekende melodie, te vinden bij Snellaert t.a.p., aldus:
Allegretto.

Deze zangwijze, die met de Duitsche lezingen niets gemeen heeft, is ontleend aan den ‘Veni creator’, die hier volgt, naar Gevaert's Vade-mecum de l'organiste (Gent 1871, bl. 8):

Op dezelfde kerkelijke melodie (normale iastische vorm, VIIe kerktoon) berust het lied ‘Herders brengt melk en soetigheyd’ en met deze melodie staan in verband de zangwijzen van de liederen: ‘Verlanghen, ghi doet mynder herte pijn’, - ‘Solaes wil ic hanteren’, - ‘Maria die soude naer Bethleem gaen’, enz..