terug  begin  verderprepost
[p. 97]

16.
De keizer van Zweden had brieven geschreven.



illustratie

(1)

 
1.
 
De keizer van Zweden had brieven geschreven,
 
al naar 't mooi meisje van Parijs;
 
de brieven en waren niet wel geschreven,
 
de keizer van Zweden moest zelve gaan.
 
2.
 
Hij passeerde voorbij een weerdinnetje haar deur,
 
de weerd was binnen, de weerdinne was veur:
 
‘Weerdinne, tap mij een kanne bier!’
 
hij wierd van een mooi meisje gediend.
 
3.
 
‘Weerdinne, is dat uw dochtertje niet?’
 
- ‘'t En is voorwaar mijn dochtertje niet,
 
maar 't heeft er wel zeven jaar bij mij gediend,
 
zeven jaren en eenen dag.’
 
- ‘Weerdinne, logeer mij van dezen nacht.’
[p. 98]
 
4.
 
Maar 's avonds 't mooi meisje moest slapen gaan,
 
't moest er wel zestig trappen opgaan,
 
van ieder trap dat zij opging,
 
de tranen liepen over haar aanschijn.
 
5.
 
.................
 
't En is voor vader, 't en is voor moeder,
 
't en is voor zuster, maar 't is voor broeder.
 
De keizer van Zweden is mijn heer broeder.

Tekst en melodie.

Lootens en Feys, Chants pop. flam. nr. 52, bl. 102. Zie mede Blyau en Tasseel, Iepersch oud-lb., nr. 11, bl. 33, en vgl. ‘Es hat ein König ein Töchterlein’ (Südeli oder die wiedergefundene Königstochter) te vinden o.a. bij Erk u. Böhme, Deutscher Liederhort, I, nr. 178, bl. 549. In het Duitsche lied vindt een koningszoon insgelijks zijne zuster bij eene waardin terug.

Zie mede Hoffmann v.F., Niederl. Volksldr., nr. 73, bl. 166, ‘Daar quamen drie landsknechten’. Deze tekst waarin een jonge ruiter zich in een waardshuis aan het dienstmeisje bekend maakt als de zoon van den ‘hertog van Traveerne’, waarna blijkt dat het meisje zijne zuster is, kan, volgens Dr. Kalff, Het lied in de M.E., bl. 389, in de XVIe eeuw naar het Duitsch zijn bewerkt.

(1)tekst:


illustratie

 
wel ge-schre-ven,

prepostterug  begin  verder