
1, 1 en 2. Naar de wijsaanduiding in Nieu Amst. lb; 1, 2. Antw. lb.: ghister avont spade. - 2, 4. t.: met refrein: ‘ia, wille’. - 10, 4. t.: met refrein: ‘ja, gheselle’.
Antw. lb., nr. 67, bl. 101 ‘van fier Margrietken’; - Hoffmann v.F., Niederländische Volksldr., nr. 67, bl. 157. Het refrein in het Antw. lb. alleen bij de 2e en de 10e str. aangeduid en overigens in de melodie te bespeuren, dient voor de overige strophen bijgevoegd.
Volgens de legende viel het feit voor te Leuven, op 2en September van het jaar 1225. Zoowel de tekst als de melodie van ons lied moeten ten minste in de XVe eeuw thuis gebracht worden. Niets belet, dat over hetzelfde onderwerp een vroeger lied bestaan hebbe. Onder den titel Fiere Margareta werd de legende behandeld door Prudens van Duyse, Lettervruchten van het Leuvensch genootschap Met tyd en vlyt, Leuven 1844, bl. 49. Dit stuk werd herdrukt in 's dichters bundel, Het
Klaverblad, 1848, bl. 197, met deze aanteekening: In de St. Pieterskerk te Leuven staet achter 't hoogekoor eene kapelle, in witten en zwarten marmer, Margrietje toegewijd, welke de Leuvenaers veel godvrucht toedragen, zegt Ferrier, die haer geschiedkundige legende mededeelt in Description de Louvain (Bruxelles 1837), bl. 30. Onder den titel Margaretha's uitvaart, schreef Frans de Cort, Zingzang, Brussel, 1866, bl. 96, een lied over hetzelfde onderwerp. - In den jongsten tijd verscheen van Edw. van Even (Leuven, 1896) La Bienheureuse Marguerite de Louvain, sa légende, son culte, sa chapelle.
In het volgende lied uit het Nieu Amst. lb., 1591, bl. 27, ‘Op de wijse: Het sou een fier Margrietelijn // des avonds also spade’, heeft de strophe vijfregeligen versbouw en bestaat een refrein na het tweede en vijfde vers.
J. Fruytiers, Ecclesiasticus, Antw. 1565, bl. 190: ‘Het sou een fier Margrietelijn’.