terug  begin  verderprepost
[p. 175]

30.
‘Och Elsje,’ seyd' hy, ‘Elsje.’

 
1.
 
‘Och Elsje,’ seyd' hy, ‘Elsje,
 
wel lieve slaepboele van mijn,
 
och mocht ick by jou slapen
 
al in den arm van dijn, ja dijn?’
 
2.
 
- ‘By mijn meugt ghy wel slapen,
 
by mijn meugt ghy wel sijn,
 
maer eerst so moest ick weten
 
wat datter mijn loontje sou zijn.’
 
3.
 
- ‘Wout ghy dat geeren weten
 
wat datter jou loontje sou zijn,
 
't kasteel van Rijpermonde,
 
daer sult ghy vroutje van zijn.’
 
4.
 
- ‘Sal ick daer vrouw van wesen,
 
sal ick 'er daer vroutje van zijn,
 
soo treet al van jou paerde
 
en doeter u wille met mijn.’
 
5.
 
De ruyter trat van sijn paerde
 
al in dat groene gras,
 
hy speelde met dat meysje
 
zo langh dat sy moede was.
 
6.
 
Als nu den loosen ruyter
 
sijn willetje hadde gedaen,
 
hy sey: ‘staet op, ionkvrouwe,
 
ghy meugt wel t' huyswaert gaen.’
 
7.
 
- ‘Och waer soud' ick rijden,
 
och waer soud' ick gaen?
 
had gy my maget gelaten,
 
gy had veel beter gedaen.’
 
8.
 
- ‘Had ick u maegt gevonden,
 
mijn over-soete lief,
 
ick had u niet begeven,
 
van herten had ick u so lief.’
 
9.
 
Dat meysje keerde haer omme
 
en sy liet over haer gaen,
 
over haer snee witte wangen
 
zo menigen droeven traen.
 
10.
 
De traentjes die sy weende
 
die deden den ruyter so wee,
 
sy vielen hem op sijn hertje
 
veel kouder dan hagel of snee.
 
11.
 
Sy vielen hem op sijn hertje
 
veel kouder dan het ys:
 
hy maecket van dat moye meysje
 
sijn echte getrouwde wijf, ja wijf.

Tekst.

Haerlems oudt lb., 1716, bl. 55, ‘Van moy Elsjen’, zonder wijsaanduiding, met refrein, zooals blijkt uit de aanvang- en uit de slotstrophe, hierboven weergegeven. - Hoffmann v.F., Holländische Volksldr., 1833, nr. 17, bl. 145, en Id., Niederländische Volksldr., nr. 76, bl. 171, naar Oudt Amst. lb., met opzettelijke weglating, het lied tot baat, zegt H.v.F., van str. 6-9 hierboven. Deze strophen worden, alhoewel met vijfregeligen strophenbouw, nagenoeg teruggevonden in str.

[p. 176]

4-6 van het lied: ‘Als al de ekele ripen’, zie hierna; - Willems, Oude Vl. ldr., nr. 68, bl. 175. Dr. Kalff, Het lied in de M.E., bl. 195, noemt het stuk ‘een oud lied.’

In Veelderhande liedekens uit den O. en N. testamente, uitg. 1577 (zie Hoffmann v.F., Niederl. Volksldr., bl. XXIV), en uitg. 1599, vindt men bl. 218 (zie mede Dr. F.C. Wieder, De Schriftuurlijke liedekens, 's-Grav. 1900, Register nr. 538), voor een zesregelig lied ‘Menschen wilt opwaken’ (met zelfden strophenbouw als ‘Och Elsje’, mits herhaling der laatste twee regelen van dit laatste), de wijsaanduiding: ‘De traentjes die sy weende// die deden den ruyter so wee’, aanvang van str. 10 hierboven. Dezelfde stemopgave treft men aan in Hooft's Mengelwerken, Amst. 1704, bl. 642, voor het lied: ‘Wie zoud' er kunnen toomen’ en bl. 655, voor: ‘Hoe diep zijt ghy gezonken’ (uitg. door Dr. F.A. Stoett, bl. 97, 347; 71, 343). Voor het laatste lied vindt men nog eene tweede wijsaanduiding: ‘Ofte: Waren 't alle mijn vrienden’, aanvangsregel der tweede strophe van ‘Het daghet in den Oosten’, tekst B, bl. 120 hierboven.

Misschien mag men daaruit afleiden - Hooft kan echter twee verschillende melodieën bedoeld hebben - dat het lied ‘Och Elsje’ eens op de melodie van ‘Het daghet’ werd voorgedragen, te meer daar de aanvang van str. 9: ‘Dat meisje keerde haer omme’ aan str. 8 van ‘Het daghet’, tekst B, herinnert. Zie nochtans str. 7: ‘Die maecht die keerde haer omme’, enz. van het vijfregelige lied: ‘Als al de ekelen’, hierna, en str. 13: ‘De vrouwe keerd' haar omme’, enz. van het zesregelige lied: ‘Men moeder en me vader’, bl. 71 hierboven. - Het Duitsche lied: ‘Elslein, liebste Elslein’, behoort tot de ‘Schwimmersage’ (‘Die twee conincs kinderen’), en heeft met het lied ‘van moy Elsjen’ niets gemeen.

Op de kleine fiorituur waarmede de melodie (Ps. 4 Souterl.) van ‘Het daghet’ sluit, heeft men aanvankelijk het door de eerste strophe van ‘Och Elsje’ aangeduide refrein kunnen zingen; later heeft men het lied kunnen voordragen op de nieuwere wijs die misschien reeds in de XVIe eeuw was bekend, en die bepaald met een refrein sluit.

prepostterug  begin  verder