
5, 3-4. t.: om dat ik hem heb bevonden // met de gravinne snood. - 10, 5. t.: schenken hun. - 12, 4. t: om te. - 22, 2. die bijgev. - 23, 2. t.: met haer. - 27, 4. t.: hoe 't. - 31, 1. t.: Den edelen.
Van Paemel, Los blad, nr. 22. ‘Schoon deugdryk historie-liedeken van de Paltz-Gravin Genoveva, getrokken uyt eenen geapprobeerden Historie-Boek. Stemme: Myn hertjen geeft zoo menig zugt’; - De Coussemaker, Chants pop. des Flam. de France, nr. 62, bl. 228, geeft den tekst van V.P.
Geen volksverhaal verwierf meer bijval dan dat van Genoveva; onder alle vormen: boek, schoolboek, tooneelstuk, prent en lied werd het, in Frankrijk zoowel als ten onzent, het volk aangeboden. Het volksboek van Genoveva van Brabant nog heden, bij Snoeck-Ducaju, te Gent gedrukt en herdrukt, dat volgens Dr. J. te Winkel, Gesch. der Nederl. Lett., I, 65, op zijn vroegst uit de 17e eeuw dagteekent, is eene verkorte bewerking van René de Cerisiers' L'innocence reconnue ou vie de Ste Geneviève de Brabant, Paris, 1638, waarvan te Antw., in 1645, eene vertaling het licht zag. De oude bekende vorm van het verhaal is afgedrukt naar een Hs. van 't klooster Maria Laach, vervaardigd tusschen 1325 en 1425. Het Fransche volkslied: ‘Approchez vous, honorable assistance’ (Cantique en l'honneur de Ste Geneviève de Brabant) heeft anderen strophenbouw dan het Nederlandsche en ook andere melodie. - Volgens Dr. Kalff, Het lied in de M.E., bl. 248, is het bovenstaande stuk niet ouder dan de XVIIIe eeuw. In Duitschland is een volkslied op Genoveva niet bekend. Erk u. Böhme, Deutscher Liederhort, nr. 82, bl. 285, geven eene Duitsche vertaling met den tekst naar De Coussemaker.
De Coussemaker, t.a.p., uit den mond des volks. De hierboven door Van Paemel aangeduide wijs is de aanvang van een geestelijk lied ‘Mijn herte geeft soo men'gen sugt’, te vinden in Theodotus' Paradys der geest. en kerck. lofsanghen, (1621) Antw. 1648, bl. 597, en reeds in De gheestelycke vryagie, Brussel, 1624, I, bl. 324. Dit lied, dat denzelfden strophenbouw heeft als het hier besproken stuk, werd voorgedragen op de wijs: ‘Te mey als al de vog'len zingen’; zie verder dit laatste lied. Misschien heeft deze wijs ook voor het lied van Genoveva gediend.
Nog heden heeft de geschiedenis van Genoveva hare aantrekkelijkheid voor het volk
niet verloren. In Augustus 1896 kon men liet lied van de ‘Edele Palzgravin’, alhoewel met verjongden tekst, nog hooren te Oostende, op de markt, door een liedjeszanger voorgedragen. Dit jongere stuk, uit twaalf achtregelige strophen bestaande, vangt aan: ‘Een echte trouw die wordt somtijds geschonden’, en voert tot opschrift: ‘Ware geschiedenis van het lijden van Genoveva Edele Pals gravin - éénen God, éénen man - vergezelt met Golo den Verrader. Stemme Flora en Grizar’. Het onmisbaar ‘fraai geschilderde’ doek ontbrak hier niet; de melodie klonk heel en al modern en was daarbij zoo plat als het maar zijn kon. Onder het los blad, dat ter plaatse werd verkocht, leest men: ‘Gezongen door Van den bogaerde, zanger en dichter, Antwerpen.’ - Ook op het Vlaamsche tooneel blijft het drama van Genoveva voortleven. Nog in September 1894 werd te Gent opgevoerd op het Nederlandsch tooneel, voor de opening van het tooneeljaar: Genoveva van Brabant, Legende-Drama in vijf bedrijven en zeven tafereelen, door Jef van de Venne en Gust de Lattin.