
1, 1. t.: Aen den oever van eenen. In de hierna onder a), b) en c) aangeduide verzamelingen: Aan d' oever van een. - 3, 1. t.: wandeld. - 3, 3. t.: en hy.
Het Brabandsch nagtegaeltjen, Antw., z.j., by Joseph Thys (1786-1854), bl. 24, ‘Het Hollandsch meysje, by d'oever aen een snelle vliet, op een fraeye wyze’; tekst hierboven; - Los blad nr. 9, gedrukt bij denzelfde; - Willems, Oude Vl. ldr., 1848, nr. 91, bl. 221. ‘Het weesmeisjen’, met de volgende aant. van Snellaert: ‘Uit een los bladje, dat nog veel op de markten verkocht wordt. De wijze heeft veel van Mevr. Catalani's lievelingsstukje Nel cor non più mi sento uit de Molinar(i)a, zegt Willems. Er bestaen verscheidene varianten van dit lied, waeronder eenige duidelijk de kopy verraden naer een hoogduitsch origineel. Hetzelve is inderdaed ook in Duitschland bekend;’ - Lootens et Feys, Chants pop. Flamands, nr. 61, p. 119.
Varianten van onzen tekst komen voor: a) Nieuwe verzameling van gezelschaps-liederen, bijeenverzameld ten dienste van den beschaafden stand. Zevende druk. Amst., G. Theod. Bom, z.j., bl. 22, ‘wijze: Het lieve schoft-uur slaat te regt’; - b) Gezelschapsliederen, enz., 3e vermeerderde druk. Grootendeels opnieuw gearrangeerd door Jb. Kwast. Amst., Tj. van Holkema, z.j., bl. 38; - c) Gezelschapsliederen, Oud en nieuw, verzameld door Marius A. Brandts Buys. Leiden, bij A.W. Sijthoff, z.j., doch nieuwe titel-uitgave van M.A. Brandts Buys, Liedjes van en voor Neerlands volk. Oud en nieuw. Leijden, bij A.W. Sijthoff, 1847, bl. 83; - d) De spoorwagen vol met zedelijke liederen. Amst. bij G. van der Linden, een ‘blauwboekje’ nog heden in den handel, bl. 38, zonder wijsaanduiding.
Dit lied is eene navolging van het Duitsche lied: ‘An einem Fluss, der rauschend schoss’, gedicht door Kaspar Friedr. Lossius te Erfurt, 1781, hetzelfde jaar voor de eerste maal gedrukt in ‘Unterhaltungen für Kinder und Kinderfreunde’ (Böhme, Volksthümliche Lieder der Deutschen, 1895, nr. 647, bl. 479-480).
Op eene Deensche lezing, te vinden bij J. Madsen, Folkeminder fra Hanved Sogn ved Flensborg, 1870, bl. 133, wordt er gewezen door Dr. J. Bolte, Zeitschrift des Vereins für Volkskunde in Berlin, 1901, bl. 102, ter plaatse waar hij de door K.H. Prahl bewerkte uitgave (Leipzig 1900) van Hoffmann v.F.'s werk getiteld: Unsere volksthümlichen Lieder bespreekt.
I. Willems, t.a.p., en met lichte afwijkingen ook gevoegd bij de
hierboven onder b) en c) genoemde varianten van den tekst. Marius A. Brandts Buys, t.a.p., meent - wat zeer wel mogelijk is - dat de door Willems vermelde gelijkenis met de melodie ‘Nel cor non più mi sento’, aan bloot toeval moet worden toegeschreven. Wij laten den aanvang dezer Italiaansche zangwijs volgen:

II. L. et F., t.a.p., met den tekst der eerste strophe volgens deze laatste. Deze zangwijs op achtregelige strophe gebracht schijnt eene uitbreiding van eene melodie voor 1840 als ‘brandenburgische und schlesische auch thüringsche Volksweise’ bekend. Ziehier deze zangwijs, volgens Böhme, t.a.p.:

De tekst van het lied ‘Het lieve schoftuur slaat’, hierboven aangegeven als zangwijs, is te vinden o.a. in Le Jeune's Nederl. Volkszangen, 1828, nr. 77, bl. 261, naar ‘een blauwboekje’, en in Het Haagsche bosch, Amst., bij C. van der Linden, z.j., bl. 10, telkens met den titel ‘De bemoedigde ambachtsman’, en zonder wijsaanduiding.