

4, 4. mu = moede. - 11, 3. t.: ziel.
Den eerelyken pluk-vogel, 8sten druk, Antw. z.j. (kerk. goedkeuring 1669), bl. 123, ‘Vertroostinge over de overledene, door de bruyloft van de levende. Op de wyse: Trompet Marin’; - Van Paemel, los blad nr. 55, zelfde tekst en wijsaanduiding; - Willems, Oude Vl. ldr., nr. 138, bl. 332, 8 strophen, met menigvuldige veranderingen; - Hoffmann v.F., Niederl. Volksldr., nr. 124, bl. 232, naar Willems; - De Coussemaker, Chants pop. des Flamands de France, nr. 124, bl. 363, 10 strophen (Hazebroeck en Duinkerke); - Lootens et Feys, Chants pop. flam., nr. 72, bl. 121, 7 strophen.
I.D.C. t.a.p.; - II. L. en. F., t.a.p. Deze laatste zangwijs opgeteekend te Brugge, was vroeger ook in Oost-Vlaanderen bekend. Zij werd mij voorgezongen door mijn vriend F.A. Gevaert, die ze van zijne moeder had geleerd.
De wijs ‘Trompet Marin’ komt voor in Mengel-stoffe van veelerlei stichtelijke gezangen door Carolus Tuinman, 3en druk, Utrecht, 1725, aldus:


Daarentegen vindt men in het Gentsch 17e-eeuwsch beiaardboek, bl. 97, met het opschrift: ‘Ontset van Weene den 12 September 1683, ofte Trompette Marinne’, eene bewerking die aanvangt:

Verder klinkt het:

Deze bewerking schijnt te berusten op de melodie ‘Als wy den handel wel doorzien’; zie dit lied.
De trompette-marine, eene benaming die men heeft afgeleid van het Duitsch ‘Maria-trompet’, was een eensnarig speeltuig, waarvan de brug langs den eenen kant op een in de tafel geïncrusteerd ivoren plaatje rustte, waardoor de klank der snaar iets van den klank der trompet verkreeg. Naar het schijnt, werd dit speeltuig op het einde der XVIIe en in het begin der XVIIIe eeuw veel gebruikt in de vrouwenkloosters; zie Mahillon, Catalogue ... du musée instrumental du Conservatoire royal de Brux., I (1893), bl. 310. Is het aan bloot toeval te wijten? De melodie ‘van den handel’, maakt inderdaad eene trompet-melodie uit, in dezen zin, dat zij geen andere dan de opene, de natuurlijke tonen der trompet bevat. - De wijs-‘Trompet-Marin’ wordt met andere zangwijzen aangehaald, o.a.: Bliiden requiem, Ghendt, 1679, bl. 26, voor ‘Aensiet, mijn Godt, mijn hert’; Bellemans, Het citherken van Jesus, Antw. 1698, bl. 16, voor ‘Wat een groote blijdtschap’; Den nieuwen bergh Parnassus, Brugge, 1750, bl. 38, voor: ‘Hout den Heer in u gedachten’.