
1, 1. t.: Confoort, confoort. - 4, 3. t.; bedect mijn eere, lief, enz. - 6, 1. Virgilius conste = des toovenaars kunst. Zie Dr. Kalff, Het lied in de M.E., bl. 243-4. - 6, 4. t.: sal ick. - 7, 1. en kense, bijgev.
Antw. lb., nr. 14, bl. 19 ‘een nyeu liedeken’. Aangeh. door Dr. Kalff, Het lied in de M.E., bl. 281, 290, 332.
Souterl. 1540, Ps. 123, ‘En had ons God niet bi ghestaen’, en tafel, ‘nae de wise: Coemt voort, coemt voort sonder verdrach, mijn alderliefste lief verborghen’. Het refrein spruitende uit de herhaling van een deel van den derden versregel der strophe, wordt aangeduid door den tekst der Souterl., en door de melodie.