
2, 2. t.: met sinen hamere. - 2, 4. t.: van die camere. - 3, 1. Vgl. Antw. lb., nr. 79, ‘Het reghende seer’, str. 3, v. 1. - 3, 5. t.: wellecom. - 4, 2. hi lach, bijgev. - 4, 4. te nacht, bijgev. - 5, 5. t.: snoer. - 6, 6. soetelick, bijgev. - 7, 7. t.: dees nijders.
Antw. lb., nr. 86, bl. 129, ‘een amoreus liedeken’, hierboven weergegeven; - Hoffman v.F., Niederl. Volksldr., nr. 60. bl. 146. - Aangeh. door Dr. Kalff, Het lied in de M.E., bl., 293. Het is bij vergissing dat Erk u. Böhme, Deutscher Liederhort, II, bl. 98, beweren, dat alleen de aanvangsregelen door de Souterl. bekend zijn. - Aangeh. als stem door Coornhert, Lb. 1575 (Byvoeghsel), nr. 28, voor: ‘Men vint twe snelle krachten’.
Souterl., Antw. 1540, Ps. 68. ‘O God wilt mi salveren’ - ‘na de wise: Waer is mijn alder liefste / die ick met ooghen aensach’. In de tafel van het Kamper lb. (zie Dr. Kalff. t.a.p., bl. 644) wordt eene meerstemmige bewerking vermeld. - Deze zangwijs diende voor het lied: ‘Waect op ghi Christen alle’ (zie het schriftuurlijk lied: ‘Het blijct nu alle dagen’).