Antw. lb., nr. 77, bl. 115, ‘een amoreus liedeken’. De bedorven lezing hersteld door middel van den Duitschen tekst te vinden in Böhme's Altd. Lb., nr. 115, bl. 214. Zie mede Erk u. Böhme, Deutscher Liederhort, II, nr. 415, bl. 231. - Aangeh. door Dr. Kalff, Het lied in de M.E., bl. 291.
Souterl., 1550, Ps. 96, ‘Die Heer die wou regneren’ - nae die wise: Het vlooch een cleyn wilt voghelkijn, tot mijns liefs veynster in’, in rhythmisch verband met den tekst gebracht; - zelfde mel. Fruytiers, Ecclesiasticus, Antw. 1665, nr. 110, bl. 204, voor: ‘Hoe sullen wy hier prijsen’. - B., en E.u.B., zelfde melodie, doch door luitbewerking verstoord.