16e-eeuwsch Hs., toebehoorend aan den Heer Gustaaf van Butsel. Vroeger door ons uitgegeven in Tijdschr. voor N.-N. mzgesch., III, (1891), bl. 111-119. - Aangeh. als wijs: Veelderhande liedekens, 1599, bl. 84vo, voor: ‘Ghy broeders en susters weest verblijt’, een lied dat, volgens Dr. Wieder, De Schriftuurlijke liedekens, Reg. nr. 233, reeds in 1556 te vinden is. - Een nieu liedenboek, 1562, bl. 108, zie Wackernagel, Ldr. der niederl. Reformierten, bl. 14 en 126, voor: ‘Hoort toe, wat Paulus wtleyt’, en Dr. Wieder, Reg. nr. 390, ook voor het lied: ‘Mijn ghemoet is mij verblijt’, te vinden in Een nieu lb., 1562, en in Het tweede lb., Amst. 1583, bl. 341, vermeld door Dr. Wieder, t.a.p., nr. 548; - Coornhert, lb., 1575, nr. 56, voor: ‘Neemt waar den tyt // wie dat ghy zyt’.
J. Fruytiers, Ecclesiasticus, Antw. 1565, nr. 29, bl. 85, op de wijse: ‘Ontwaect van slaep, wi dat ghy sijt’:

Const-thoonende iuweel bij de loflijcke stadt Haerlem, Zwol, 1607, sign. Oo vo, ‘op de wyse; Wy lesen in Esdras van den wijn’:

Een duytsch musyck boeck, Antw. 1572, nr. 18, ‘Ontwaeckt van slaep’, vierstemmige bewerking van Theo Evertz., door ons uitgegeven in het voormelde Tijdschr., III, bl. 166. Diezelfde bewerking wordt vermeld als voorkomende in Niewe duytsche liedekens, Maestricht, 1554, beschreven door R., in het voornoemde Tijdschr., V (1897), bl. 262 vlg.
Onder de wijsaanduiding ‘Wy lesen in Esdra’ enz., vindt men eene verwaterde lezing van onze melodie in Dr. Land's, Luitboek van Thysius, nr. 62. Over het lied ‘Wy lesen’ enz., zie Dr. Wieder, De Schrift. liedekens, 1900, Reg., nr. 893.