3, 1. conner = conde - er, van connen, als synon. van kennen. - 3, 7-8 = het
vuur onderhoudt zichzelf, herteelt voortdurend zichzelf door zijn brand, wat men ook doet. - 3, 14. = zooals wij zeggen. - 4, 4. doe ontdeck = bekend maak. - 4, 7. doen een vertreck. Vertrekken = verhalen, dus mocht ik persoonlijk tot haar spreken. - 5, 13. = wat ook door mij bezuurd worde.
Matthijs de Casteleyn, Diversche liedekens, Ghent, 1574, nr. 23, bl. 54. Dit lied ontbreekt in de uitgave van Rotterdam, 1616. - Het tweeste musyckboeksken, Antw. Tielman Susato, 1551, nr. 47, variante van de eerste strophe en van de melodie in de vierstemmige bewerking van T.S. zelven. De melodie in tenor. Deze eerste strophe werd herdrukt door J.C.M. van Riemsdijk, in Tijdschr. voor N.-N. muz.gesch., III, bl. 91. De hierboven onveranderd weergegeven zangwijs is blijkbaar ontleend aan eene meerstemmige bewerking. - Aangeh. als stem in Refereynen ende liedekens van diversche Rhetoricienen, Brussel, 1563, bl. 141, voor: ‘O tijt zeer lustich / die elcken verheucht’.