
Den nieuwen verbeterden lust-hof, 1607, bl. 68, ‘op de wijse: Och legdy nu en slaept, etc.’; - Willems, Oude Vl. ldr., nr. 159, bl. 369, met weglating der laatste strophe; - Snellaert, Oude en nieuwe liedjes, 1852, nr. 33, bl. 17 en Id. 1864, nr. 41, bl. 47.
Lezingen van de melodie doen zich voor:
Amst. Pegasus, 1627, bl. 137, ‘stem: De may die ons de groente geeft’.

Daarnaar: Willems en Snellaert, t.a.p.; - J. Bolte, Die Singspiele der englischen Komödianten, bl. 28 en 179 als aangehaald door Starter, Friesche lust-hof, 1621, Boertigheden, sign. C2 vo, voor: ‘Ghy jongmans die uyt vrijen gaet’; - Bäumker, Das. kath. deutsche Kirchenlied. I, nr. 226, bl. 491, die ten onrechte als bron opgeeft: ‘Nieuwe verbeterde lusthof. Amst. 1607.’ Dit werk bevat overigens geene melodieën.
Deze zangwijs wordt door Bäumker vergeleken met eene melodie voorkomende in Duitsche liederboeken van 1625 en 1631, ten bewijze hoe vele volkszangen ook in verschillende landen met elkander gelijkenis hebben:

Pers, Bellerophon, 1638, bl. 153, ‘stemme: De Mey die ons de groente geeft; Of Het vinnigh stralen van de son; Of Hansjen sneet het koren was langh’, voor: ‘Ghy die in alle wellust leeft’, zelfde melodie, in g, echter met aanvang d g a b. Ook in de uitgave van 1633 doet zich deze laatste zangwijs voor, doch in minder goede lezing. De lezing met aanvang c f = d g komt voor in Nederl. Volksliederenboek, uitgegeven door de Maatsch. ‘Tot nut van 't algemeen’, 1896, nr. 81, bl. 113, voor het lied van P.C. Hooft; ‘Elck prijs sijn lief, nae hij se gis’. In Den nieuwen verbeterden lust-hof, 1607, waar dit lied zich voor de eerste maal voordoet, heeft het tot stemaanduiding: ‘De may, de may, coel is de may’, etc., die op eene andere zangwijs dan de hier bovenstaande slaat (zie het lied: ‘Schoon lief, u wesen excellent’). Doch uit hetgene hier onmiddellijk volgt, blijkt, dat de hier besproken melodie ook voor het lied van Hooft diende.
Stalpaert, Extractum cath., 1631, bl. 146, zelfde melodie, echter met wijsaanduiding: ‘De mey, de mey, koel is de mey’:

De besproken zangwijs was overigens reeds sedert den aanvang der XVIe eeuw in Duitschland bekend. Böhme, Altd. Ld., nr. 49, bl. 132, en Erk u. Böhme, Deutscher Liederhort, I, nr. 140a, bl. 467, deelen dezelfde melodie mede naar Forster, 1556; zie bl. 174 hierboven.
Ook de melodie welke men aantreft bij E.u.B., t.a.p., II, nr. 962, bl. 731,
door hen getrokken uit Dr. Arnold's Hs. en voorkomende ‘aus dem Siebengebirge (vor 1860)’, schijnt met de hier besproken verwant:

Refr.

Wat betreft de melodie ‘Och legdy nu en slaapt’, aangeduid door Den nieuwen verbeterden lust-hof, zie het lied: ‘Schoon lief, hoe ligt gy hier en slaept’, bl. 352 hierboven.