

4, 4. Sint Felten, zie bl. 660 hiervoren. - 5, 2. Kragen: rijmshalve voor kraag (v. Vloten). - 5, 3. Pouvretten, dat slechts eens drukfout schijnt, voor Ponjetten of puniëtten = 't Fransche poignets, manchettes (v. Vl.). In zijn Friesch Pastorel, het lied met aanvang: ‘Hoe komt Jetske, sis (zeg) het my’, str. 5, gebruikt Starter zelf het woord ‘ponjetjes’. - 12, 1. trouwen = in waarheid, overigens.
Starter, Friesche lusthof, uitg. Amst. 1627, Boertigheden, bl. 22, ‘Menniste vryagie’; zonder wijsaanduiding; hierboven weergegeven. - Uitg. van Dr. J. van Vloten, Utrecht, 1864, bl. 487.
Den singende zwaan, Leyden, 1728, bl. 259: ‘stem: Ik vryden op een tyd, een soet Menniste susje’, voor het lied: ‘Te Oorschot is geteelt’. -
Jan van Elsland's Gezangen, Haarlem 1723, bl. 81, stem: ‘Ik vryde’, enz., voor: ‘Schep moed, myn ziel’. - Starter's gedicht, dat niet door hem in strophen werd verdeeld en ook geene wijsaanduiding heeft, was dus oorspronkelijk niet voor den zang bestemd.