
1, 5-6. t.: ich boot haer vriendelike // mijn groete, si loondes mi. - 2, 7. eylaes, bijgev. - 3, 3. schoen, meervoud, ten onrechte door H.v.F. veranderd in schoenen. - 3, 5. masselen, mazelen, vlekken, puisten. - 3, 7. Och, bijgev. Zie 4, 7.
Antw. lb., 1544, nr. 85, bl. 128, ‘een oudt liedeken’; - Hoffmann v.F., Niederl. Volksldr., nr. 135, bl. 246. - Aangeh. door Dr. Kalff, Het lied in de M.E., bl. 415, 420; die verzendt naar het 15de-eeuwsche lied aangehaald door H.v.F., t.a.p., bl. XXIX: ‘Ic reet aen enen danse // daer ic veel vroukijns vant’. - Volgens eene werwillende mededeeling van Dr. J. Bolte, komt deze wijsaanduiding voor in het vroeger aan H.v.F. behoord hebbend, thans te Berlijn berustend 15de-eeuwsch Hs., Man. germ. 8o 198, bl. 119b, voor het lied waarvan de eerste strophe luidt:
Dit lied bestaat uit 10 strophen, met de aanvangletters WWILHELMUS; daarbij de aanteekening: ‘Dit liedekyn heeft ghemaect broeder Willem van Amersfoort, die vicarius der minre broederen, op sijn naem Wilhelmus’. - De strophenvorm verschilt dus heel en al met den vorm van nr. 85 Antw. lb. De bovenstaande tekst integendeel heeft verwantschap met een in 1536 gedrukten Duitschen tekst te vinden onder nr. 51 van de door J. Meier in 1892 herdrukte Bergreihen (zie J. Bolte, Bilderbogen des 16. Jahrh., Tijdschr. voor Ndl. taal- en letterk., XIV, 1895, bl. 143): ‘Ein hübscher Bergkreye von eynem alten man’:
auff steetIn het Hs. nr. 1042 van Meerman, na 1525, thans nr. 2631, 2de serie, der K. Brusselsche Biblioth., komt onder nr. 26 een lied voor: ‘Daer isser mer dan ic ghevinden can // des en geloeve ic wijf of man’ (8 str.), met stemopgave (vgl. str. 2 hierboven): ‘Dit lyedekijn gaet op die wijse: Mijn moederkijn is ghestorven die my ten besten riet Si gaven my den ouden man Maer om sijns goets wille ghinc etc.’
Souterl., Antw. 1540, Ps. 39, ‘Ick heb verwacht den Heere’ - nae die wise: ‘Ick quam aen eenen dansse, // daer menich schoon vrouken was’.