
2, 1. rincketten = raketten; zie Schuermans, Vl. Idioticon, bijvoegsel. - 3, 2. t.: op der lieder snaer; cf. op ulieder gezondheid. - 4, 2. voere = voer, wagenvracht.
Antw. lb., 1544, nr. 198, bl. 305 ‘een nyeu liedeken’, met weglating der laatste twee strophen. Aangeh. door Dr. Kalff, Het lied in de M.E., bl. 415 en 423.
I. Fruytiers, Ecclesiasticus, 1565, nr. 68, bl. 132, ‘op de wijse: Dan seyt sy man van eeren weest ghegroet’, stemaanduiding ontleend aan het refrein van str. 2-4 van nr. 208, bl. 322, Antw. lb.: ‘Wy moghen wel loven en dancken den tijt’, - ‘een nyeu liedeken’, tegenhanger van nr. 198, aangeh. door Dr. Kalff, t.a.p., bl. 415, 423, 539 en 661. Ziehier deze overigens onvolledige strophe:
Thans volgt de melodie:

Het slot der melodie geven wij hierboven weer naar haren algemeenen gang en het metrum van den laatsten versregel.
De ♭ bij den sleutel, op den tweeden notenbalk, heeft geen zin, zooals overigens blijkt uit de variante voorkomende bij Stalpaert, Extract. cath., 1631, bl. 202, ‘stem: ‘Ick weetter een vroutjen’:

Dezelfde wijsaanduiding en melodie zijn ook te vinden in Stalpaert's Gulde-iaers feest-dagen, 1635, bl. 112, voor: ‘O vromen verwinner van daed en van naem’.
‘Ic weet een vrouken wel bereyt’ en ‘Ick weet een vrouken amoreus’, nrs. 116, 150, bl. 459, 566 hiervoren, hebben anderen strophenbouw.
De wijsaanduiding: ‘Man van eeren, weest ghegroet’, insgelijks aan heb voornoemde refrein ontleend, wordt aangegeven voor het Schriftuurlijk lied: ‘Hoort toe ghy menschen wie dat ghy zijt’ (zie Dr. F.C. Wieder. De Schriftuurlijke liedekens, 's-Grav. 1900, Regist., nr. 384), nog te vinden in Dit is een suyverlick boeckxken, Amst., Cornelis Dirckz. Cool, 1648, bl. 51 en een ander lied van denzelfden aard: ‘Wat isser nu beroerte groot’ (zie Dr. Wieder, t.a.p., nr. 870) o.a. te vinden in Het tweede lb. van vele diversche liedekens, Amst. 1583, bl. 248.
Het lied: ‘Eylaes, ic arm allendich wijf’, nr. 185, bl. 283, Antw. lb., aangeh. door Dr. Kalff, t.a.p., bl. 415, staat in onmiddellijk verhand met de liederen: ‘Ic wil gaen om mijn ghewin’ en ‘Wy moghen wel loven en dancken den tijt’, en werd zonder twijfel op dezelfde melodie voorgedragen.