
1, 4. cnape van den huyse = huisknecht. - 3, 2. want si alle dry waren. - 5, 1. als, bijgev. - 5, 2. t.: cnaep. - 6, 5. te bijgev. - 8, 1. enz. landeken = landdeken, hier de rechter. - 10, 4. t.: ende; en de = en deed.
Antw. lb., nr. 218, bl. 338, ‘een nyeu liedeken’. - Aangeh. door Dr. Kalff, Het lied in de M.E., bl. 414, waar de schrijver zegt: ‘De gang van het verhaal is mij niet geheel duidelijk. Misschien moet men echter in aanmerking nemen, dat dergelijke liederen gedicht werden voor een publiek, dat dikwijls aan een half woord genoeg had, omdat het op de hoogte was van de feiten.’
Souterl. 1540, Ps. 149: ‘Wilt singhen den Heer een nieuwe liet’ - ‘na die wise van Potteren: Wie wilt hooren een nieuwe liet // wat Thantwerpen is geschiet’. - Twee 16de-eeuwsche componisten, wier wellicht verfranschte naam met dien van ‘Potteren’ overeenstemt, zijn ons bekend; namelijk Matthias Pottier, die, volgens Fétis, zangmeester was in de O.-L.-V.-Kerk te Antwerpen, en Christophe Potier. Van beiden werden compositiën te Antwerpen gedrukt. In 1599 verscheen aldaar de eerste uitgave eener mis van Mathias Pottier, en in 1553, een werk van Chr. Potier (zie A. Goovaerts, Hist. et bibliogr. de la typogr. music.). Niets bewijst echter, dat de naam ‘van Potteren’ een componist zou aanduiden.