
1, 3. t.: waer. - 1, 5. t.: waer. - 2, 3. t.: claer. - 2, 4. t.: wil ic hebben. - 2, 5. t.: wil. - 4, 4. t.: rijc. - 4, 5. t.: wort wel rijcke. Duitsche tekst: ‘Ein armer Reuter reiche’. - 5, 2. met deernis neerzien op, medelijden hebben, prendre en pitié. - 6, 5. t.: wter donnen.
Antw. lb., 1544, nr. 84, bl. 127, ‘een nyeu liedeken’, hierboven weergegeven; - Willems, Oude Vl. ldr., nr. 102, bl. 241. - Dr. Kalff, Het lied in de M.E., bl. 448, komt tot de slotsom, dat het lied naar Duitsche voorbeelden is bewerkt, alhoewel het geen van deze op den voet volgt. Voor de Duitsche bronnen, zie Erk u. Böhme, Deutscher Liederhort, III, nrs. 1307-8, bl. 193: ‘Ich reit einmal zu Braunschweig aus’ en ‘Ich reit einmal zu Buschwert an’.
‘Te Brunswijck staet een hooghe huys’, aanvang van de tweede strophe hierboven, wordt aangehaald als stem: Paradiis der gheest. vreuchden, Antw. 1617, bl. 198, voor: ‘Hoort nu al 't samen / bidt en waeckt’, en voor een der vier liederen beschreven door Wackernagel, Ldr. der niederl. Ref., bl. 13, 2de kol., namelijk het lied: ‘Adam was een verloeren man’, ook vermeld door Dr. F.C. Wieder, De Schriftuurlijke liedekens, 's-Grav. 1900, Regist., nr. 34, en insgelijks te vinden in het voornoemde Paradiis, bl. 77, ditmaal: ‘op de wijse van 't liedeken van Munster’. Zie voor dit laatste lied: ‘Wie was die ghene die die looverkens brac’.
Souterl., Antw., 1540, Ps. 83, ‘Hoe schoon, hoe goet, hoe wel ghedaen’, - ‘na die wise: Te Munster staet een steynen huys’, nagenoeg de aanvang van de tweede strophe hierboven. In de wijsaanduiding der Souterl. is ‘Munster’ in de plaats getreden van ‘Brunswijck’, wellicht uit onvrijwillige herinnering aan het lied van den Storm van Munster, waarvoor de melodie oorspronkelijk zal gediend hebben; - I. Fruytiers, Ecclesiasticus, Antw. 1565, nr. 19, bl. 46, variante ‘op de wijse: Hoort toe ghy menschen, Te Munster staet, etc.’, voor: ‘Wie hier God vreest die sal bestaen’. De d, in plaats van c, op de syllabe staen, is eene drukfout. - Een lied: ‘Hoort toe ghy menschen een nieu liet’ - ‘na de wijse: Hoort al te samen bidt ende waeckt’, te vinden o.a. in Het tweede liedeboeck ... Amst. 1583, bl. 346 (zie ook Dr. F.C. Wieder, De Schriftuurlijke liedekens, 's-Grav. 1900, Regist., nrs. 373 en 339), heeft denzelfden strophenbouw als het voormelde historisch lied.
‘Te Munster’, enz., wordt aangehaald als wijs door Coornhert Lb. (1575), nr. 15, voor: ‘In elck mensch is by een verghaert’.