
De Coussemaker, Chants pop. des Flamands de France, nr. 66, bl. 253: ‘Het afscheid’, uit den mond van het visschersvolk te Duinkerke; de melodie door ons in nader verband met de taalmetriek gebracht. - Snellaert, Dietsche Warande, 1859, bl. 69, in eene recensie van De Coussemaker's werk, is van meening, dat men in de vijfde strophe moet lezen: ‘Naer straet’, in plaats van ‘naer staet’, daar ‘de walvischvangers werden straetvaerders geheeten, naar de straat van Davis tusschen Groenland en de Oost-kust van Noord-Amerika’. De zin schijnt eenvoudig te zijn, ‘naer zijnen staet’, d.i.: ‘volgens zijn staat, zijn stand, zijn stiel, moet hy gaan varen’.
Thirsis minnewit, Amst. 1752, I, bl. 24, zonder wijsaanduiding, hierboven weergegeven; - Willems, Oude Vl. ldr., nr. 75, bl. 191; - Hoffmann v.F., Niederl. Volksldr., nr. 126, bl. 235. - Aangeh. door Dr. Kalff, Het lied in de M.E., bl. 432.