
7, 3. t.: om 's jaers.
De oprechte Sandt-voorder speel-wagen, Amst. 1730, bl. 73, ‘stemme: alst beghint’ en, met zelfde wijsaanduiding en eenigszins jongere spelling, in De(n) vermakelijke buysman ofte koddige boots-geselletje, Amst. 1724, bl. 21.
Stalpaert, Extractum cath., 1631, bl. 284, ‘Een meisjen hadd' een bootsman lief’, voor: ‘De reden eyscht // En God verzocht’. - Aangehaald als stem door denzelfde: Gulde-iaers feest-dagen, 1635, bl. 1181, voor: ‘Tzijn sterke beenen, sprak Nicaers’. Tekst en melodie zijn oud en behooren ten minste in de XVIde eeuw thuis. Dat de tekst veel te lijden had, bewijst str., 5 waar de ‘bootsman’ in ‘lantsknegt’ is herschapen.