
1, 1. Duitsche uitdrukking, am laden stehen, voor: aan het venster staan; Dr. Kalff, Het lied in de M.E., bl. 438 - 1, 3. t.: knaep. - 1, 5. t.: Duitsche tekst: ‘und ein kleins geiglin mit im trüg’ = ‘ende die een veelken met hem droech.’ - 2, 2. ende bijgev. - 4, 2. van hen = henen. - 4, 3. al bijgev. - 4, 4. mijn bijgev. - 5, 4. een bijgev. - 5, 5. t.: moede. - 6, 4. t.: hack = hiel. De Duitsche tekst heeft hals. - 7, 4. al bijgev. z. str. 8, 2; Covelens = Coblenz. - 7, 5. mi bijgev. - 8, 4. t.: Walckenborch, door H.v.F. veranderd.
Antw. lb., 1544, nr. 31, bl. 45, ‘een nyeu liedeken’; - Uhland, Volksldr., nr. 254 B; - Willems, Oude Vl. ldr., nr. 81, bl. 203; - Hoffmann v.F., Niederl. Volksldr., nr. 74, bl. 168. Over deze navolging van een Duitschen tekst, te vinden bij Uhland, t.a.p., nr. 254 A, bij Böhme, Altd. Lb., 58a, bl. 143, en bij Erk u. Böhme, Deutscher Liederhort, I, nr. 116a, bl. 416, zie Dr. Kalff, Het lied in de M.E., bl. 437-8.
Böhme, en Erk u. Böhme, t.a.p., uit Reutterliedlin, 1535, nr. 12.