
1, 3. o bijgev. - 2, 1. t.: keurken = keurs. - 6, 1. t.: kloeck. - 7, 3. t.: Pieronel. - 8, 1. daer bijgev. zie 7, 1. - 9, 2. t.: daer sy 't paerdeken schanck. - 11, 4. t.: ick waer in, enz. - 14, 1. t.: dan groet mijn moeder verkooren. - 14, 2. die bijgev. - 15, 2. t.: mijn.
Haerlems oudt lb., 1716, bl. 50: ‘van Pieronelle’, stem: Wilder dan wilt, wie salder, etc.’, tekst hierboven; - Willems, Oude Vl. ldr. no. 106, bl. 249, naar dezelfde bron. - De wijs ‘van Pieronelle, oft: Cornelis neve’, wordt aangeh. in Het tweede liedeboeck van diversche liedekens ghemaeckt wt den o. ende n. Testamente, Amst. 1583, bl. 286, voor een lied: ‘Ick hebbe, eylaes, als een schaep dat dwaelde’, met zelfden strophenbouw als het hier besproken, en reeds voorkomt in 1562; zie Dr. F.C. Wieder, De Schriftuurlijke liedekens, 's-Grav. 1900, Regist., nr. 412.
Zie hiervoren, I, nr. 146, bl. 550, het lied: ‘Ey, wilder dan wilt’. - Eene andere melodie, te vinden in Souterl. 1540, Ps. 2 ‘na de wijse: Roosken root, seer wijdt ontloken’ (variante in Fruytiers' Ecclesiasticus, 1565, no. 53, bl. 110, ‘op de wijse: ‘Och roosken root’), berust op denzelfden strophenbouw als het bovenstaande lied.