
4, 4. boomkens tellen = neerslachtig zijn; denkelijk mag men er mede vergelijken het hedendaagsche de straatsteenen (gaan) tellen, t.w. uit verveling (Wdb. der Ndl. taal, op Boom 1, col. 408). - 5, 1. t.: come. - 8, 4. sic H.v.F.; t.: Walem duncken. Waelhem, bij Mechelen (Brabant).
1, 1. Cruyceloos, van kruys = geld.
A. Antw. lb., nr. 51, bl. 74, ‘een oudt liedeken’, tekst hierboven; - Hoffman v.F., Niederl. Volksldr., 169, bl. 304. - Aangeh. door Dr. Kalff, Het lied in de M.E., bl. 456. ‘Kenschetsend’, zegt Dr. K., ‘voor het land waar veel gegeten en gedronken wordt, zijn de luchtkasteelen die de arme drinkebroer zich bouwt’. - Het 16de-eeuwsche door Rabelais (Pantagruel, II, 16) aangehaalde lied vangt aan in denzelfden trant als het hier besproken:
B. Superius der vierstemmige bewerking van een onbekend componist, te vinden in Livre septième des chansons vulgaires de divers autheurs, Anvers, Phalèse, 1613. Eitner, Bibliogr. der Musik-Sammelwerke, bl. 305, vermeldt eene vierstemmige bewerking: ‘Cruyceloos’ enz., waarschijnlijk dezelfde, te vinden in Septième livre, Phalèse, 1636; - C. Van Maldeghem, Trésor musical, X (1874), nr. 28, bl. 45, vierstemmige bewerking onder den naam van Ant. Brumel, zonder verdere aanduiding; tekst hierboven; - Hs. te Doornik, vermeld door Mone, Anzeiger, V (1836), bl. 351, met eene melodie ontleend aan eene andere meerstemmige bewerking dan die van Brumel; - Willems, Oude Vl. ldr., nr. 238, bl. 494, geeft denzelfden, echter achtregeligen tekst naar Livre septième, Anvers, Phalèse, zonder het jaartal der uitgave te doen kennen; doch in Bibliotheca Willemsiana II, onder nr. 4813, bl. 165, vermeld met het jaartal 1542; - Hoffmann v.F., t.a.p., nr. 170, bl. 305, naar Willems; - Dit lied gaf aanleiding tot eene vergeestelijking te vinden in het Hs. gevoegd bij een exemplaar der Souterl., 1540, berustend in de Bibl. der Leidsche Hoogeschool, beschreven door P.A. Tiele, Dietsche Warande, 1869, bl. 583:
3, 3. t.: int solaers.
De zangwijze hierboven op den tekst van nr. 51, Antw. lb., gebracht, naar den superius van Livre septième, 1613. - De door Brumel gebruikte melodie is uit de verschillende stemmen niet op te maken. - Voor de melodie ‘Faulte d'argent’, zie J. Tiersot, Hist. de la chanson pop. en France, bl. 233 en 469.