terug  begin  verderprepost
[p. 1094]

308. Ick breng mijn naeste gebeur een dronc.



illustratie

 
1.
 
Ick breng mijn naeste gebeur een dronc,
 
ick hoop hy sal dat wachten;
 
ick gunt hem wt mijns hertsen gront,
 
met vrolijcke ghedachten.
 
Wijn, wijn, fijn edele wijn,
 
sober wilt ghy ghedroncken zijn,
 
anders soo zijt ghy fenijn
 
van wonderlijcke crachten.
 
 
 
2.
 
Als ick den edelen wijn aanschou,
 
vergeet ick mijn labueren,
 
en voeg het in de beste vou,
 
en laet fiolen trueren.
 
Wijn, wijn, fijn edelen wijn,
 
sober wilt ghy ghedroncken zijn,
 
anders soo zijt ghy fenijn,
 
men moet u dick besueren.
[p. 1095]
 
3.
 
Den wijn die proefmen by den smaeck,
 
als ons die oude leeren;
 
hy verdrijft soo menich mensch den vaeck,
 
die by nacht bancketeren.
 
Wijn, wijn, fijn edelen wijn,
 
sober wilt ghy ghedroncken zijn,
 
anders soo zijt ghij fenijn
 
en wilt den mensch regeeren.
 
 
 
4.
 
De wijn is wt, den kroes is leech,
 
een ander doe ick schencken,
 
my dunckt ick creech so wel mijn deech,
 
ick can gheen droefheyt dencken.
 
Wijn, wijn, fijn edelen wijn,
 
sober wilt ghy ghedroncken zijn,
 
anders soo zijt ghy fenijn,
 
en doet de hont wel hincken.
 
 
 
5.
 
Ontfangt van mijn den beker net,
 
mijn vrienden wtvercoren,
 
en drinckt het wt met eenen set,
 
als ick u dede te voren.
 
Wijn, wijn, fijn edelen wijn,
 
sober wilt ghy ghedroncken zijn,
 
anders soo zijt ghy fenijn,
 
ghy doet ons vreucht oorboren.
 
 
 
6.
 
Noë die heeft den wijn gheplant
 
al door t' bevel des Heeren;
 
God den Heer sy lof en danck,
 
diet al hier doet vermeeren.
 
Wijn, wijn, fijn edelen wijn,
 
den menschen hart verheucht ghy fijn;
 
ghy zijt een goede medecijn,
 
als ons die Schrift doet leeren.

1, 2. t.: sy. - 1, 7. ánders sóo zijt ghy feníjn, ware te verbeteren door: ánders zíjt ghy gróot ferníjn, of iets dergelijks. - 2, 4. t.: treuren.

Tekst.

Een Aemst. amor. lb., 1583, bl. 100a, ‘op de wijze: Jeught en deught’; - Nieu Amst. lb., 1591, bl. 33, zelfde tekst en wijsaanduiding, tekst hierboven; - Snellaert, Oude en nieuwe liedjes, 1864, nr. 28, bl. 37, in moderne spelling.

[p. 1096]

Melodie.

Zie het lied ‘Vruecht en duecht’, I, nr. 159, bl. 590 hiervoren, dat twee verschillende zangwijzen heeft. Wij brengen de oudste, die van 1572, onder bovenstaanden tekst. Dr. Land, Luitb. van Thysius, nr. 32, geeft, met het opschrift ‘Ick brengh mijn naeste ghebuer een dronck’, de volgende melodie, ‘zeker een aloude formule, als bij de kinderspeelliederen’:



illustratie

prepostterug  begin  verder