
1, 2. t.: sy. - 1, 7. ánders sóo zijt ghy feníjn, ware te verbeteren door: ánders zíjt ghy gróot ferníjn, of iets dergelijks. - 2, 4. t.: treuren.
Een Aemst. amor. lb., 1583, bl. 100a, ‘op de wijze: Jeught en deught’; - Nieu Amst. lb., 1591, bl. 33, zelfde tekst en wijsaanduiding, tekst hierboven; - Snellaert, Oude en nieuwe liedjes, 1864, nr. 28, bl. 37, in moderne spelling.
Zie het lied ‘Vruecht en duecht’, I, nr. 159, bl. 590 hiervoren, dat twee verschillende zangwijzen heeft. Wij brengen de oudste, die van 1572, onder bovenstaanden tekst. Dr. Land, Luitb. van Thysius, nr. 32, geeft, met het opschrift ‘Ick brengh mijn naeste ghebuer een dronck’, de volgende melodie, ‘zeker een aloude formule, als bij de kinderspeelliederen’:
