
1, 1. t.: thaentgen van den wijne isser, enz., waar haentgen = haantje, beteekent de beste; vgl. Wdb. der Nederl. taal, V, 1380: haantjes-muskaat = puik = beste muskaat. - 1, 4. t.: welcom; vgl. de volgende strophen.
Bl. 154 van het Hs. van Wouter Verhee (1609), beschreven door Dr. Kalff, Tijdschr. voor Nederl. taal- en letterk., Leiden, 1885, bl. 137 vlg., ‘op de wijze: alsoot begint’.
Den singende swaan (Antw. 1655), Leyden, 1728, bl. 240, ‘stem ‘Het aertje van de wijnen’. - Dezelfde wijs ‘ofte: Komt laet ons 't huwelijck prijsen’, wordt aangehaald bij J.C. May-Vogel, Vermakelijcke bruyloftskroon, Amst. z.j., c. 1699, bl. 135, voor: ‘Zalich is hy bevonden’. - Het lied ‘Komt laat ons 't huwlijk prijsen’, enz., ‘stemme: Het aardje van den wijn’, wordt gevonden in 't Groot Hoorns lb., Amst., z.j., bl. 11.