
1, 5. en bijgev. - 1, 6. t.: zoet wezen. - 3, 4. t.: een schotel. - 3, 7. eerst bijgev. - 4, 5. avous = à vous! aan u, op uwe gezondheid! Nu bestaat nog avoezen, op iemands gezondheid drinken. - 5, 3. myn bijgev. - 6, 3. wyn bijgev. - 6, 7. t.: glas. - 7, 3. t.: 't is nog eenen pot, brengt eenen citroen. - 7, 4. en bijgev. De Coussemaker schrijft: berdellen, perkels en nog een lamoen; terwijl Willems stelt: sauciesen, peeren, en nog een lamoen. In een lied getiteld: ‘Het vrolijk geselschap vaarend met Schip Reyn Uyt, vois: De Mars van Marlbourg’, lied waarvan de aanvang luidt: ‘Saa, laat ons nu eens vroolijk zyn // en vieren Bacchus feest’, en dat voorkomt in Het vermaakelyke Haagsche Bosch, Amst. 1714, bl. 59, vindt men:
Zie voor de ‘Mars van Marlbourg’ of ‘Malborough’, J.W. Enschedé, Marschen en marsmuziek, enz., in Tijdschr. v. N.-N. mzgsch., VI (1900), bl. 106. - 7, 6. Bello = Isabel. - 8, 3. het bijgev. - 8, 6. zy spraken vol. - 9, 3. V.P.: wat hebt gy nu dat gy hebt beraên; - De C.: wat helpt u dat gy my hebt zoo verraên. - 9, 5. sic De C.; ontbreekt bij Van P. - 9, 6. t. sic; De C.: dat gy trouwe. - 9, 7. tekst: 'k had gegeven. - 9, 8. wel bijgev. - 10, 1. t.: is het 't al. - 10, 3. t.: en uws moeders. - 10, 4. hier bijgev. - 10, 6. t.: maer gy waert. - 11, 4. t.: of hy kost my.
Van Paemel, los blad, nr. 37. ‘Liedeken van den nieuwen most. Stemme: van Sylvia’, tekst hierboven; - Willems, Oude Vl. ldr., nr. 104, bl. 244, met weglating van str. 6, 8 en 11 en met talrijke veranderingen, daarbij deze aant. van Snellaert: ‘dit lied in de verzameling van Van Paemel voorkomende, wordt nog algemeen gezongen. Willems noteerde zelf de melodie’; - De Coussemaker, Chants pop. des Flamands de France, 1856, nr. 123, bl. 358, met deze aanmerking: ‘Peu de chansons ont été plus populaires que celle-ci dans notre Flandre. Elle est
connue partout où l'on chante encore. L'air surtout, dont le caractère est franc et original, a eu une très grande vogue. On y a adapté une foule d'autres chansons. Nous avons pris un soin particulier à le recueillir très exactement, et nous croyons avoir réussi à le donner dans son intégrité primitive. Dans celui que rapporte Willems, il y a des inexactitudes et même des fautes typographiques évidentes’.
Dat de melodie inderdaad voor veel andere liederen diende bewijst Van Paemel's uitgave zelve, waar zij als stem wordt aangeduid voor de liederen: ‘Christene zielen al’, bl. 9; - ‘'k Moet naer myn kleyn verstand’, bl. 16; - ‘Christene menschen al’, bl. 20; - ‘Wat is de liefde blind’, bl. 36 en bl. 80 zelfde lied; - ‘Aenmerckt hier een uytleg’, bl. 39; - ‘De liefde triomfeert’, bl. 43; - ‘Komt kinderen vat en leert’, bl. 54; - ‘Gods kerke triumpheert’, bl. 55; - ‘Hoord katolyken al’, bl. 56; - ‘Wat baert de liefde niet’, bl. 65. - De besproken wijs wordt nog o.a. aangehaald in de volgende verzamelingen: Den eerelyken pluk-vogel, Antw., 8ste druk (kerkelijke goedkeuring 1669), bl. 98: ‘La Silvie oft Ik drinck’, enz. voor: ‘'k Zag lest met groot vermaek’; - D. Bellemans, Het citherken van Jesus, Antw. 1698, bl. 80 en 88, ‘Ick drinck’ enz. (oft ‘O nacht, ô blyden nacht oft La Sylvie’) voor: ‘Ghelijck een hert of dyn’ en ‘Komt altemael tot my’; - 't Groot Hoorns lb., Amst. z.j., c. 1700, bl. 148, voor: ‘Speelnootjes die dit feest’; bl. 262, voor: ‘Gebiedster van mijn hert’; - Elisabeth van Wouwe, Gheestelyck maeghden-tuyltjen, appr. 1708, uitg. Antw. 1722, bl. 130, voor: ‘Eylaes wat droef allarm’, bl. 152, voor: ‘Wys die sijn ziele siet’; - F. Matthaeus de Bie, Rosa mystica oft verborghen rose Maria, Antw. z.j. (kerk. goedk. 1711), bl. 131, ‘La Sylvie (oft) Ick drinck’, enz., voor: ‘O! Arragons gebiet // Wat is in u geschiet’? - Jac. de Ruyter, Nieuw lb. genaemt den maegdekrans, Duynkercke (kerk. goedk. 1712), bl. 19, voor: ‘Wat voor een droeve maer’, en bl. 49, voor: ‘Wat gaet gy grooten Godt’? - Het nieuwe vermakelyke Thirsis minnewit, II, Amst. 1731, bl. 52, voor: ‘Myn soete 's Jacolyn’, bl. 54, voor: ‘'k Veracht de min-godin’, bl. 96, voor: ‘Ach! vals-gebrayde net’; - Den nieuwen bergh Parnassus, Gent 1732, bl. 20, voor: ‘O Jesus maeckt my reyn’; - J. S[tichter], Oude en nieuwe lofzangen, Amst. 1740, bl. 45, voor: ‘Verlaat nu Bethlehem’; - Id., Oude en nieuwe geestelijke liedekens, Amst. 1740, bl. 12, voor: ‘Agnes getrouwe maagt’; bl. 90, voor: ‘o Prins van 's hemels hof’.- Los blad nr. 36, gedr. bij Thys te Antwerpen, voor: ‘Ach schrikkelyk gepys’ (‘Treurliedeken van de trompetten der helle’). Nog in 1849 gebruikte Prudens van Duyse deze wijs voor een liedje in populairen trant: ‘Kom grootvaêr, goede man’ (De prentverkooper), te vinden in De Eendragt, Gent, 1849, nr. 21, bl. 83.
A. Willems, t.a.p.; - Snellaert, Oude en nieuwe liedjes, Gent, 1852, nr. 24, bl. 14, en 1864, 2de uitg., nr. 32, bl. 41, hierboven weergegeven; - B. De Coussemaker, t.a.p.:


Hs. van c. 1621, nr. 4858 der K. Brusselsche Bibl., bl. 276 (vgl. de lezing J hierna):

Amsterdamsche Pegasus, 1627, bl. 153, ‘Harders-liedt tusschen Phillis en Silvia, stemme: La Royale’. De naam van Silvia zal hier toevallig gebruikt zijn en niet in betrekking staan met de wijs ‘la Sylvie’:
Silvia.

Starter, Friesche lusthof, Amst. 1627, bl. 193, ‘stemme: La Royale’, voor: ‘Juffrou, als ick u deugt’, zelfde melodie, buiten het slot dat daar klinkt:

Pers, Bellerophon, Amst. 1633, bl. 212, stem: ‘Royale of Juffrou als ick u deughd’:

G.F. Bussé, Het gheestelijck blom-hofken van Bethleem, Antw. 1663, bl. 32, ‘stemme: als volght’, en volgens de tafel van het boek: ‘stemme: o Nacht, ô blyden nacht, etc.’ (zie onder de geestelijke liederen onzer verzameling, en nr. 165, bl. 615 hiervoren) een lied, dat nochtans anderen strophenbouw heeft:

Ook in D. Bellemans' Het citherken van Jesus, hierboven, bl. 1112, aangehaald, vindt men voor liederen, die wèl denzelfden strophenbouw hebben als ‘Ik drink den nieuwen most’, de wijsaanduidingen: ‘La Sylvie (oft) Ick drinck, enz. (oft) O nacht, ô blyden nacht’.
Evangelische leeuwerck, Antw. 1682, II, 200, ‘wijse: Drinckt van den nieuwen most’ (‘La Royale’; nog aangeh. lb. II, bl. 10, 29, 96, 209):


Oude en nieuwe Hollantse boeren-lieties, Amst. c. 1700, 2de druk, nr. 458: ‘van de nieuwe mos[t]’:

Ib. nr. 746: ‘Courante diminuée’:

Deze laatste zangwijs sluit zich aan bij de lezing te vinden in H. Sweerts' Innerlykke ziel-tochten, 4de uitg., Amst. 1701, bl. 161, ‘toon: Je voy toutes les nuicts, of: ‘Dat Jupiter sijn (throon)’, voor: ‘O Jesu, eeuwig licht’. - ‘Je voy’, enz. of ‘Dat Jupiter’, enz. worden aangeh. in 't Groot Hoorns lb., bl. 146, voor: ‘Al die den egten-staat’.
Jan van Elsland, Gezangen, enz., 4de druk, Haarlem 1738, bl. 138, ‘stem: Ik drink’, enz.:

Den singende swaan, Leyden 1728, bl. 123, onder stemaanduiding: ‘Op een tijd wat geleên’, voor het lied: ‘Het menschelyk geslacht’, dat op zijne beurt wordt aangehaald als wijs, bl. 216, voor: ‘Al die zijt droef van hert’, terwijl men, bl. 491, de twee laatste aanvangsregelen met: ‘Ik drink’, enz., aangehaald vindt voor: ‘Wat dunkt u is Ambroos?’


Eene 16de-eeuwsche Fransche melodie: ‘La Royale’ of ‘La Sylvie’, zal hebben aanleiding gegeven tot de hier besproken zangwijs, die gedurende meer dan twee eeuwen populair bleef.
De hier besproken melodie is ook niet zonder overeenkomst, ten minste wat de eerste maten betreft, met, de Fransche melodie: ‘Si cette malheureuse bande’; zie het lied: ‘'tGeween, 'tgehuyl, 'tgekryt’.