terug  begin  verderprepost
[p. 1147]

319. O geurig dampje.



illustratie

 
1.
 
O geurig dampje, dat vioolen
 
en lekk're roozen tart in geur,
 
gy hebt myn hert en zin gestoolen,
 
al zyt gy wonder slegt van kleur.
 
 
 
2.
 
Gy tart de beste mediçynen,
 
door uwe wonderbaare kragt,
 
gy hebt my, waarvan ik ging kwynen,
 
door uw parfuim te regt gebragt.
[p. 1148]
 
3.
 
Zy leeven die u maar gebruiken.
 
Een slaapend krygsman wordt gewekt
 
alleen maar door uw geur te ruiken,
 
wyl elk uit u zyn voedsel trekt.
 
 
 
4.
 
g' Ontfonkt my, door uw offerhanden
 
gestadig tot een frissen moed,
 
en doet met u de liefde branden
 
ontstooken door den minnengloed.

Tekst en melodie.

Vermaaklyk buitenleven, Haarlem, 1716, bl. 46, zonder wijsaanduiding; samenspraak tusschen Jogchim, Goverd en Teeuwis, twaalf strophen, waarvan de vier eerste hierboven; - zelfde verzameling, volksuitgave, zonder melodieën, Amst. 1716, bl. 42, ‘op een nieuwe voys’; - Snellaert, Oude en nieuwe liedjes, 1864, nr. 100, bl. 107, zonder bronaanduiding. - De zangwijs behoort niet tot den volkszang.

prepostterug  begin  verder