
1, 2. een bijgev. - 1, 3. ontbreekt in de hierna vermelde vijfde uitgave. - 1, 5. t.: weduwe vrouw. - 2, 1. t.: De vrouw. - 2, 5. t. goede woorden. - 2, 9. sic L. en F. en Volkskunde. Jac. de Ruyter heeft hier ‘van Paradijs’, gewis een drukfout. - 3, 10. kloeffen = klompen. - 5, 3. weldigh, voor: weeldig. - 5, 5. nackt voor naakt; zóó spreekt men nog te Veurne (West-Vlaanderen) waar Jac. de Ruyter woonachtig was, naar luid van den titel van zijn Nieuw lb. genaemt den Maegdekrans (Duynkercke z.j., geest. goedk. 1712). - 5, 9. t.: is ontbreekt. - 5, 10. t.: armoede. - 6, 1. haest bijgev. sic, L. en F. - 7, 2. patacon = een geldstuk, ongeveer vijf frank van onze munt. - 7, 9. al bijgev. - 8, 1. eerde, voor heerden of herden = harden, uitstaan. - 11, 4. rien voor rijden; West-Vl. uitspraak. - 11, 10. u bijgev.
Jac. de Ruyter, Den vroolijcken speelwaghen, vijfden druk, Antw. z.j. (eerste uitg. 1657), bl. 102, ‘nieuw liedeken van een goede eenvoudighe vrouwe aen haer overleden man’. Op de wijse: ‘Met een pluymken op zijn mutsken’, tekst hierboven; - Van Paemel, Gent, los blad, nr. 56, zelfde wijsaanduiding; -
De tweede nieuwe Overtoomsche marktschipper of Durkerdammer kramer, Amst., G. van der Linden, z.j., bl. 19, zelfde wijsaanduiding. - Lootens et Feys, Chants pop. flamands, nr. 86, bl. 162; - Pol de Mont, Volkskunde, VIII (1895-96), bl. 92, naar een vliegend blaadje gedrukt ‘tot Gend, by O.A. Kimpe, by de Capucynen’.
De tekst behoort tot het klein getal populaire liederen der voorgaande eeuwen, waarvan de naam des schrijvers bekend is. Nog andere liederen van Jac. de Ruyter, ‘Clerck van de weeserije der stede en casselrije van Veurne’, werden door de losse bladen verspreid en verwierven eene uitnemende populariteit.
L. et F., t.a.p. met 3/4-maat. Laatstgenoemde uitgevers vergelijken deze zangwijs met de melodie van het Kerstlied ‘Une étoile singulière’, op de wijs: ‘Valdec, ce grand capitaine’, te vinden, zonder verderen tekst, in Airs des noëls lorrains door R. Grosjean, Saint-Dié-des-Vosges, 1862, nr. 59, bl. 34. Deze laatste melodie heeft inderdaad gemeenschap met de voorgaande:

De aangehaalde wijs: ‘Met een pluymken’, enz. wordt ook vermeld in J. de Ruyter's Nieuw lied-boeck genaemt den Maegdekrans, voormeld, voor: ‘Wie wilt hooren, 'k zal 't u zingen // hoe lest met behendigheyt’ (‘Nieuw ende kluchtigh liedeken van twee gauw-dieven’, enz.).