
2, 4. t.: gedongen; gedonsen = gedanst.


7, 1. pots = Fr. bonnet grec.
A. De Coussemaker, Chants pop. des Flamands de France, nr. 135, bl. 383; - B. Pol de Mont, Volkskunde, VII (1894), bl. 121, ‘uit een XVIIIde-eeuwsch familiehandschrift’. Het refrein ‘Faloedri’, enz. herinnert voor de muziek aan het refrein van het Fransche liedje: ‘Un jour maître Corbeau’. De zangwijs van dit liedje, nagenoeg dezelfde als van het lied: ‘De oude lieden zeiden’, te vinden bij Lootens et Feys, Chants pop. flam., nr. 90, bl. 177, werd, volgens hen te Brugge gezongen, jaren vóór de verschijning van het Fransche liedje. Het lied: ‘De oude lieden zeiden’ is van het einde der XVIIIde eeuw; L. en F. vergeten echter te zeggen, wanneer het lied: ‘Un jour maître Corbeau’ het licht zag; - C. Naar mondelinge overlevering opgeteekend c. 1857, door Prudens van Duyse.
De zangwijs ‘Het queesel’, nr. 289 der O. en n. Hollantse boeren lieties, 2e uitg. Amst. c. 1700, heeft met de bovenstaande melodieën geen gemeenschap.