De Coussemaker, Chants pop. des Flamands de France, nr. 121, bl. 356, Duinkerksch vastenavondliedje. In zijne Chansons populaires des provinces de France, door hem uitgegeven met J.B. Weckerlin, bl. 9, neemt Champfleury dit onnoozele liedje zeer euvel op: ‘La poésie populaire dans la Flandre française’, zegt hij, ‘est plus matérielle qu'ailleurs, quand elle est matérielle’. Hier wordt het liedje: ‘Drink ik ä pintje’ aangehaald (zie hiervoren nr. 315, bl 1121) en de vraag gesteld: ‘Est-ce que ce refrain de Lire boulire! lire boula! ne ressemble pas aux refrains des négresses ivres de tafia?’ Champfleury ziet niet in, dat het hier een vastenavondliedje geldt.
De melodie, door d.C. keeraafsch genoteerd en door ons hersteld, staat in verband met een aantal andere zangwijzen en namelijk met het Reuzeliedeken; zie mede hierna: ‘'t Is Sint Anna die komt aan’, ‘Komt hier, gy proper maegdetje; enz.