
1, 3. wil bijgev. - 1, 6. In. Zuster Hadewijch's Gedichten, Gent 1875, I, 1ste st., bl. 3, heeft het lied: ‘Ay, al es nu die winter comt’, een refrein: ‘ey, vale, vale millies’. - 7, 2. wech = weeg (?), doren = deuren. - 7, 4. gheboren = gebeuren.
Hoffmann v.F., Niederl. geistl. Ldr., nr. 19, bl. 47, zonder wijs-aanduiding, hierboven weergegeven.
Dit is een suverlijc boecxhen, Antw. 1508, nr. 4, bl. 7 ro, bevat met eenige varianten denzelfden tekst, daarenboven tusschen voorgaande str. 9 en 10 het volgende:
Volgt, tot slot, de tekst van str. 10 hierboven.
Met de lezing van 1508 stemmen overeen, buiten enkele varianten in taal en spelling: Een dev. en̄ prof. boecxken, Antw. 1539, nr. 228, uitg. D.F. Scheurleer, bl. 262, aant. bl. 339; - Dit is een schoon en suverlijc boecxken (geest. goedk. Antw. 1570), Amst. Corn. Claesz., z.j., bl. 8 vo; - Het hofken der geest. liedekens, Loven 1577, bl. 37; - Veelderhande schrift. leysenen, Antw., geest. goedk. 1587, sign. B 1 ro.
Aangehaald door Dr. J.G.R. Acquoy, Kerstliederen en leisen. Verslagen en mededeelingen der K. Acad. van Wetensch. afd. Letterk., 3de reeks, dl. IV, bl. 364.
Bäumker, Niederl. geistl. Ldr., nr. 66, Vierteljahrsschrift, 1888, bl. 304, hierboven weergegeven; - Zelfde mel. Een dev. en̄ pr. b., t.a.p.
Naar een Hs. gevoegd bij een zangboek van 1609, ter boekerij van het Amsterdamsche Begijnhof, deelt W.P.H. Jansen, Tijdschr. der Vereeniging voor N.-N. mzgsch., IV (1894), bl. 147, het volgende lied mede, waarvan de eerste strophe eene variante uitmaakt van de voorgaande lezing. De spelling van den hier voorkomenden Nederlandschen tekst dagteekent zeker wel van de XVIIde eeuw; maar de twee-stemmige bewerking bij de woorden gevoegd, is waarschijnlijk wel vroeger thuis te brengen. Wij geven de notatie naar Jansen, de noten met de helft van hunne waarde verminderd:

